Wanneer gebruik je een komma? – Een stoomcursus van 5 minuten om de vaart in je verhaal te houden

Door oktober 20th, 2019 Schrijftips algemeen
wanneer gebruik je een komma?

Een kommaneuker zou ik mezelf niet noemen (ja, dat woord staat echt in het woordenboek). Maar ik moet toegeven dat ik soms iets te gehecht ben aan het leesteken waarmee je een zin in stukjes hakt. Wanneer gebruik je een komma nu eigenlijk op de juiste manier?  

In mijn teksten zet ik komma’s nogal eens op plekken waar ze niet thuishoren, of in zinnen die veel lekkerder lezen zonder komma.  

Deze zin stond bijvoorbeeld in mijn laatste blogpost:

In mijn spannende roman Savelsbos komen veel metaforen voor, die bij nader inzien te gewoontjes zijn.

Wanneer gebruik je een komma?

De komma is hier overbodig. Zoals meer mensen heb ik de irritante gewoonte om bijna elke bijzin aan te kondigen met het leesteken. Nergens voor nodig, en je haalt de vaart ermee uit je verhaal.

De bovenstaande zin lees je net zo makkelijk, en misschien zelfs makkelijker, zonder komma.

In mijn spannende roman Savelsbos komen veel metaforen voor die bij nader inzien te gewoontjes zijn.

Hoe zorg je ervoor dat je je verhaal niet vertraagt met overbodige komma’s? En wanneer is het leesteken wél noodzakelijk? Dat lees je in onderstaande korte handleiding. 

Handleiding: de komma

Deze 7 tips helpen je om geen overbodige komma’s te plaatsen, maar ook geen onduidelijkheid te scheppen in je tekst.

  1. Zet altijd een komma tussen twee persoonsvormen
    Wanneer twee werkwoorden of persoonsvormen in een zin op elkaar botsen (dus naast elkaar staan), plaats je altijd een komma. 

    Als je me kust, geef ik je een klap.
    Terwijl we een liedje zingen, lopen we door de stiltecoupé.


    Let op: soms lijkt iets een werkwoord, maar is het geen werkwoord en botst er dus ook niets. 

    Zingend lopen we door de stiltecoupé
    Het zingen beviel ons niet 

    (‘Zingend’ is hier een bijwoord, en ‘het zingen’ is een zelfstandig naamwoord. Er hoeft dus geen komma in bovenstaande zinnen) 


  2. Zet géén komma voor een beperkende bijzin
    Een beperkende bijzin is een bijzin waarmee je de betekenis van de hoofdzin beperkt tot een bepaalde categorie of soort. Je kunt een beperkende bijzin nooit weglaten, want dan verandert de betekenis van de hoofdzin. 

    Ik eet niet graag boterhammen waar iemand al een hapje van heeft genomen. 

    In deze zin is ‘waar iemand al een hapje van heeft genomen’ de beperkende bijzin. 

    Dus: wanneer zet je een komma? In ieder geval niet voor beperkende bijzinnen. Je haalt dan de vaart uit de zin. De lezer hoeft helemaal geen pauze te nemen om de bijzin te kunnen begrijpen. 

    Dus niet:
    Dat is auto, die gisteravond een deuk in onze garage reed.

    Wel:
    Dat is de auto die gisteravond een deuk in onze garage reed. 

    * De komma in de eerder genoemde zin uit mijn vorige blogpost over metaforen stond voor een beperkende bijzin. Ik had ‘m daarom kunnen weglaten. 


  3. Zet altijd een komma voor een uitbreidende bijzin 
    Een uitbreidende bijzin is een bijzin waarmee je extra informatie geeft over een zelfstandig naamwoord. Deze informatie is niet per sé nodig om de zin te begrijpen. Het is een soort extraatje dat je ook kunt weglaten zonder dat de betekenis van de rest van de zin verandert. 

    Casettebandjes, die bijna niemand tegenwoordig nog gebruikt, zijn in de meeste winkels niet meer te vinden. 

    De bijzin ‘die bijna niemand tegenwoordig nog gebruikt’ is uitbreidend (je kunt ‘m weglaten zonder dat het gevolgen heeft voor de betekenis van de zin over de casettes). 

    Voor een uitbreidende bijzin zet je altijd een komma, zodat lezer en eventuele toehoorders begrijpen dat het om zijpad in je zin gaat, een blokje extra informatie. 

    Dus niet:
    Koning Willem I die in 1028 aan de macht kwam, stond bekend als Willem de veroveraar. 

    Wel: 
    Koning Willem I, die in 1028 aan de macht kwam, stond bekend als Willem de Veroveraar

  4.  Zet een komma tussen bijvoeglijke naamwoorden als ze van plek kunnen verwisselen.Tussen bijvoeglijke naamwoorden plaats je alleen een komma als allebei afzonderlijk iets over het zelfstandig naamwoord zeggen, maar niets over elkaar. 

    Ze kunnen in dat geval zonder problemen van plek verwisselen. Neem het voorbeeld:

    De auto reed op oude, versleten banden. 

    Je kunt deze bijvoeglijk naamwoorden omdraaien zonder dat de betekenis verandert, dus je zet een komma.

    De auto reed op versleten, oude banden

    Maar in de volgende zin heb je te maken met een geval apart. 

    De koploper in de Tour de France was in de modder gevallen. Hij droeg een vieze gele trui. 

    Hier kun je ‘vieze’ en ‘gele’ hier niet van plek verwisselen zonder de betekenis te veranderen, dus je zet géén komma. 

  5. Zet geen komma voor het voegwoord ‘dat’
    Als je het woordje ‘dat’ gebruikt als voegwoord (dus om twee gelijkwaardige zinnen aan elkaar te lijmen) kun je beter geen komma zetten. Dat haalt de vaart uit de zin.   

    Ik denk dat we gaan winnen. 

    Het is duidelijk dat de hond moe is. 

    We zijn blij dat het weer zomer is geworden.


    In al deze zinnen is een komma overbodig.  

  6. Een komma voor ‘en’ is meestal overbodig 
    Grote kans dat de juffen en meesters je vroeger op school leerde dat je nooit een komma voor ‘en’ hoefde te zetten. Ze hadden een punt.

    Zo lang je met het voegwoordje ‘en’ twee gelijkwaardig zinsdelen met elkaar verbindt, is een komma inderdaad overbodig. Als één van de twee zinsdelen veel langer en ingewikkelder is, kun je beter wél een komma plaatsen. Dan ligt verwarring namelijk op de loer. 

    De zon verwarmt mijn huid en zet de straat in een helder licht.  
    De man gaf me een appel en een banaan.


    In deze zinnen is een komma niet nodig. Ze zijn goed te begrijpen. Maar je krijgt problemen bij een zin als deze: 

    De man gaf me een appel en een papegaai die op mijn schouder zat, nam er een hap van. 

    Halverwege de zin denkt de lezer: hè, geeft de man je naast een appel ook een papegaai? Met een komma kun je de zin verduidelijken. 

    De man gaf me een appel, en een papegaai die op mijn schouder zat, nam er een hap van. 

    (Sommige schoolregels kun je trouwens beter aan je laars lappen)

  7. Zet altijd een komma na een aanhef 
    Als je een e-mail of brief schrijft, zet je na de naam of aanspreektitel altijd een komma. 

    Beste meneer De Hond, 

    Lieve jongen, 

    Als een zin eindigt met de persoon die je aanspreekt, zet je daarvoor een komma. 

    Het was leuk om een tomatengevecht met je te houden, oma.  

Meer lezen over de komma?

Als bronnen voor deze handleiding hanteerde ik Schrijfwijzer (misschien wel het beste adviesboek over taal en spelling) en de onmisbare Snelspelwijzer van Onze Taal, dat een apart hoofdstuk bevat over de vraag: wanneer gebruik je een komma?

De Snelspelwijzer is geschreven door Wim Daniëls, die op Twitter trouwens een nieuwe betekenis geeft aan het woord ‘kommaneuker’ (dit was een uitbreidende bijzin trouwens).

https://twitter.com/wimdaniels/status/427373225505329152

 

Bonustip: de kracht van de komma

Let op: soms kun je met een verkeerd geplaatste komma ook ongewild de betekenis van een zin veranderen.

Lotte stuurt een kaartje aan de kinderen uit haar klas, waarmee ze mooie tijden heeft beleefd tijdens het schoolreisje in Griekenland. 

Door de komma na ‘klas’ vat je lezer de bijzin hier als uitbreidend op. Lotte trakteert dus iederéén, en terloops wordt gemeld dat ze met alle kinderen een mooie tijd heeft beleefd in Griekenland. Dit is waarschijnlijk wat je wilt zeggen.

Maar stel dat je vergeet om een komma te plaatsen in deze zin:  

Lotte stuurt een kaartje aan de kinderen uit haar klas waarmee ze mooie tijden heeft beleefd tijdens het schoolreisje in Griekenland. 

Door de afwezigheid van de komma moet je lezer de bijzin hier eigenlijk beperkend opvatten. Lotte trakteert dus alléén de kinderen uit de klas waarmee ze mooie tijden heeft beleefd in Griekenland. 

Kortom: soms is het goed om een ‘kommaneuker’ te zijn.

*Bestel hier de Snelspelwijzer
*Bestel hier de Schrijfwijzer

*Ongetwijfeld heb ik in dit artikel komma’s gezet op plaatsen waar ik dat volgens jou beter niet had kunnen doen. Laat het me weten in de reacties.G

Geen schrijftips missen? Schrijf je dan net als 10.000 schrijf- en taalliefhebbers in voor mijn maandelijkse nieuwsbrief met schrijftips, de Schrijfvis

Wil je een boek schrijven? Meld je dan aan voor de Boekschrijfvis – mijn speciale nieuwsbrief voor schrijvers van boeken en korte verhalen. 

Wil je meer weten dat alleen het antwoord op de vraag ‘wanneer gebruik je een komma?’ Een overzicht van al mijn schrijftips vind je hier.

Een paar suggesties voor goede artikelen:

  1. Waarom je bijvoeglijke naamwoorden soms beter kun schrappen uit je tekst 
  2. Met dit doodsimpele recept schrijf je mooiere zinnen (7 tips voor betere zinsopbouw)
  3. Dit is de ideale zinslengte als je voor een breed publiek schrijft.

Wil je je zakelijke teksten onder mijn begeleiding op meer vlakken verbeteren? Schrijf je in voor mijn cursus Zakelijk Schrijven.

Schrijf je in voor een cursus
Dennis Rijnvis

Over Dennis Rijnvis

Dennis Rijnvis, journalist voor onder meer De Volkskrant, Quest, Nu.nl en Psychologie Magazine. Maar ook schrijver van de thriller Savelsbos, uitgegeven door Cargo/De Bezige Bij. Op dit blog deel ik mijn inzichten en ervaringen op het gebied van schrijven.

17 Comments

  • Erik Herbosch schreef:

    Zoals altijd weer een heel interessant artikel met toch een kleine maar: ik weet niet zeker of het nog klopt dat je na de aanhef in brief of mail een komma zet. Ik heb het niet meer gecontroleerd maar denk dat dat niet meer hoeft.

  • Jimmy schreef:

    ‘kinderen, waarmee’, moet dat niet ‘kinderen, met wie’ zijn? ‘Waarmee’ slaat toch op voorwerpen? 🙂

  • E. S. Bosma schreef:

    Is waarmee correct? Moet het niet zijn ‘met wie ze mooie tijden heeft beleefd’?
    Je kunt nu ook denken dat ze mooie tijden met het (schrijven van} het kaartje heeft beleefd.

  • Marjolein schreef:

    Gaat stukje met vooral bevestigende punten. Ben het alleen niet helemaal eens met het voorbeeld van de vieze gele trui. Ik denk dat gele hier niet zo bijvoegelijk is als normaal. de ‘gele trui’ is een begrip en niet willekeurig een trui die geel is. Je wilt hier toch niet aangeven dat het geel vies is, maar de trui (of in dit geval de ‘gele trui’). Duidelijker is denk ik een mooie, rode auto en een mooie rode auto. In het eerste geval is de auto rood en mooi, in het tweede geval is het een auto die mooi rood is waarbij mooi bijvoegelijk is voor rood.

  • Ray Hermes schreef:

    Nee! Een mooie rode auto is nog steeds een mooie auto én een rode auto.
    Wil je aangeven dat de rode kleur mooi is dan moet je schrijven een mooi rode auto.
    Vergelijk:
    – een lelijk rode auto (dat rood is lelijk) maar de auto is wel rood. Lelijk is een bijwoord
    – een geweldig mooi rode auto (het rood is geweldig én mooi) de auto is rood. Geweldig en mooi
    zijn hier bijwoorden!
    – een lelijke rode auto (de rode auto is lelijk ) Lelijk en rode zijn beide bijvoeglijke naamwoorden. Bijvoeglijke schrijf je overigens zonder -e in het midden.

  • DJE vd Velden schreef:

    Bedankt voor het artikel over ‘de komma’. Ik heb er veel van opgestoken!
    Groetjes Daisy

  • Mike schreef:

    Moet het niet zijn: Ik eet niet graag boterhammen waarvan iemand al een hapje heeft genomen? Het gaat hier toch om ‘dingen’ (de boterhammen) en niet om mensen? Dus aan elkaar. Zo heb ik het in ieder geval geleerd. Of is dat inmiddels ook achterhaald?

  • Estrellita schreef:

    Nederlandse taal moeilijk? Als we het vroeger gewoon zo hadden geleerd… Bedankt voor deze opfriscursus!

  • Tjeerd Schuhmacher schreef:

    ‘De man gaf me een appel, en een papegaai die op mijn schouder zat, nam er een hap van.’
    Ik had hier de komma achter ‘zat’ ook weggelaten. Of je moet achter ‘papegaai’ ook eentje plaatsen, dan klopt het weer wel.

    En even essenneuken: cassettes… niet: casettes

    Ik geniet veel van je stukken en leer er ook van! Bedankt Dennis

  • A W schreef:

    Mogelijk een keer aandacht voor het verkeerd gebruik van leestekens. Dat gaat steeds fout in kranten, tijdschriften en ook in blogs als deze; “En wanneer is het leesteken wél noodzakelijk?” Je maakt door het verkeerd plaatsten van het accent teken een lange klank terwijl je die juist kort wil houden.

Reageer

Verhelder je teksten

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)