Deze Hagenaar werd door zijn blog dé drone-expert van Nederland

Wiebe de Jager had vijf jaar geleden nog nooit een drone bestuurd.

Hij was eigenaar van een kleine wetenschappelijke uitgeverij bij mij in de straat in Delft. In zijn vrije tijd hield hij zich bezig met fotografie. Af en toe lunchten we samen en dan liet hij doorschemeren dat hij zijn bedrijf eigenlijk wilde verkopen, omdat hij toe was aan iets nieuws. Hij liep ook rond met het plan om een blog te beginnen. Maar waarover, dat wist hij niet precies.

Deze week lunchten we na vijf jaar weer samen. Hij arriveerde met een bestelbusje vol drones waarmee hij het land door reist om landschappen en gebouwen te filmen. Tijdens ons gesprek werd hij gebeld door de journalist van de NOS, die commentaar vroeg over een aanslag met een drone op de president van Venezuela. En in de boekhandel in mijn straat zijn nu twee boeken van hem verkrijgbaar over fotograferen en filmen met drones.

Wiebe de jager over bloggen

Kortom: Wiebe de Jager is vanuit het niet uitgegroeid tot dé drone-expert van Nederland. En dat heeft maar één oorzaak: het blog dat hij in 2014 uit nieuwsgierigheid begon, genaamd Dronewatch. Hoe bouwde hij dit blog uit tot een succes? Een interview met de bekendste drone-blogger van Nederland.

Je wist niet van drones toen ik je de vorige keer sprak. Is het niet gek dat je juist over dit onderwerp een blog bent begonnen?

Wiebe de Jager: Nee, dat is een misverstand. Mensen denken dat je expert moet zijn om ergens over te kunnen bloggen, maar het kan ook andersom werken: als je ergens over gaat bloggen, word je vanzelf een expert. Je hebt niet bij voorbaat al veel kennis nodig. Het is veel belangrijker dat je een grote interesse hebt in je onderwerp en dat je een sterke drang voelt om dingen uit te zoeken, en je lezers meeneemt in die zoektocht.

Ik was hobbyfotograaf en kocht in 2014 uit nieuwsgierigheid een betaalbare drone met een goede camera. Ik had  nog nooit een drone bestuurd, en had geen idee van de regelgeving. Dus ik zocht van alles uit. Hoe maak je goede beelden? Waar mag je eigenlijk vliegen? En waar kun je drones allemaal voor inzetten? Al snel besloot ik om over dit soort vragen te gaan bloggen. En daarmee trek ik nog steeds elke dag bezoekers.

Hoe bepaal je of een onderwerp geschikt is om een blog over te beginnen?

Wiebe de Jager: Het moet geen oppervlakkige interesse zijn. Ik ben ooit ook een blog gestart over draagbare gadgets, wearable.nl, maar ik merkte dat mijn enthousiasme niet ver genoeg ging. Het ging te veel over nietszeggende gadgets. Na de zoveelste smartwatch dacht, wat is nou eigenlijk de toegevoegde waarde van nog zo’n horloge? Ik hield het bloggen dus niet vol.

Aan het onderwerp drones zitten zo veel verschillende aspecten dat ik er niet snel op uitgekeken zal raken. Ik kan over de technische details van nieuwe apparaten bloggen, over mooie nieuwe filmpjes, over regelgeving – waar mag je vliegen? – en over maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het feit dat Amazon pakketjes per drone wil gaan bezorgen.

Hoe veel bezoekers trekt je website? En kun je er al van leven?

Wiebe de Jager:Dronewatch wordt elke maand door ongeveer 30.000 mensen bezocht. Dat is veel voor een blog over een niche-onderwerp. En ja, ik kan inmiddels van het bloggen leven. Maar alleen de advertentie-inkomsten zijn niet genoeg. Nederland is een klein land. Er worden relatief weinig drones verkocht, dus er zijn niet veel fabrikanten die willen adverteren. Ik moet dus creatief zijn om mezelf een goed salaris te kunnen beiden. Voor Rijkswaterstaat schrijf ik in opdracht artikelen, bijvoorbeeld over de inzetten van drones voor het uitvoeren van inspecties of om verkeersstromen in kaart te brengen. Daar krijg ik geld voor, maar dat betekent niet dat ik zomaar alles publiceer dat Rijkswaterstaat aandraagt. Ik zorg er altijd voor dat het lezenswaardige stukken zijn, dat mijn lezers er echt iets aan hebben.

Verdien je je volledige inkomen met je blog?

Nee. Met mijn blog zet ik mezelf ook op de kaart als dronefilmer en -fotograaf, daar verdien ik de andere helft van mijn inkomen mee.  Verder huren lezers me soms in voor het maken van een bedrijfsvideo, maar ik ben ook voor National Geographic Traveler naar Nieuw-Zeeland gereisd om 360º dronebeelden te maken van toeristische hoogtepunten, zoals bekende meren en bergen. En vorig jaar werd ik gevraagd om in Australië luchtopnamen te maken van de World Solar Challenge. Dat zijn fantastische klussen, ik voel me bevoorrecht dat ik ervoor wordt gevraagd. Er zijn waarschijnlijk vele dronefotografen die dit soort opdrachten ook goed zouden aankunnen. Maar door mijn blog komen mensen bij mij uit.

Hoe vaak blog je?

Wiebe de Jager: In het begin plaatste ik een stuk of drie artikelen per week in de avonduren. Bloggen had toen geen prioriteit. Ik had net mijn uitgeverij verkocht en werkte in loondienst bij Europeana, een website die digitale collecties van Europese culturele instellingen ontsluit.
Op een gegeven moment twijfelde ik zelfs of ik wel door moest gaan met mijn blog. Ik ben toen een paar maanden gestopt met Dronewatch. Pas toen ik me realiseerde dat ik niet op mijn plek zat bij mijn nieuwe werkgever, ben ik het bloggen echt serieus gaan nemen en voor mezelf begonnen. Dat was begin 2016.

Nu is mijn doel om elke dag een artikel te publiceren. Dat lukt aardig. Soms is het een kort nieuwsberichtje van 500 woorden. Maar soms schrijf ik ook een diepgravend artikel van 3.000 woorden, bijvoorbeeld over de vraag met welke regels je rekening moet houden als je op vakantie in Spanje of Frankrijk met je drone gaat vliegen. Bij zo’n artikel maak ik vaak ook nog een video.

De dagelijkse regelmaat vind ik belangrijk. Als ik zelf een blog volg, kijk ik ook elke dag of er iets op staat. Dat wil ik met Dronewatch ook bereiken bij mijn lezers: ik wil deel uitmaken van hun dagelijkse ritueel. Inmiddels heb ik ruim tweeduizend artikelen geschreven.

Wat een enorme hoeveelheid. Op Schrijfvis staan bijvoorbeeld maar iets meer dan 100 artikelen. Leg je jezelf niet erg veel druk op door elke dag te publiceren?

Ja, ik vraag veel van mezelf. Maar sinds kort geef ik mezelf op zondag vrij. En als ik op vakantie ga, kan ik natuurlijk ook niet elke dag publiceren. Soms werk ik vooruit, of ik ruim tijdens de vakantie toch een paar uurtjes in om te bloggen. Ik heb ook wel eens een vervanger ingehuurd, een bevriende tekstschrijver die geïnteresseerd is in drones. Dat is me prima bevallen. Als je iets wil bereiken met een blog, is het volgens mij belangrijk om door te zetten en er veel aan te werken. Dat ik nu een veelgevraagd filmer en fotograaf ben, komt voor een belangrijk deel door die tweeduizend blogs.

Hoe pak je het schrijven van een blog aan?

Wiebe de Jager: Schrijven is een soort spier, die ik moet blijven trainen. Ik doe het elke dag, daardoor gaat het bijna vanzelf. Veel ideeën voor onderwerpen komen binnen via de talloze personen en bedrijven die ik volg via Twitter. Het helpt dat ik zelf actief ben als dronepiloot, dus ik kan schrijven over dingen waar ik in de praktijk tegenaan loop. Wat ook prettig werkt, is het hanteren van een vaste structuur bij het schrijven van blogs (lees ook: hoe schrijf je een goede blog?).

Eerst bedenk ik de titel van een artikel, bijvoorbeeld: Wat moet je weten als je op vakantie in Spanje of Frankrijk met je drone gaat vliegen? Daaronder schrijf ik een kleine inleiding over het onderwerp: wat is er aan de hand en waarom is dit interessant voor de lezer? In de alinea’s die volgen, geef ik in een paar alinea’s een verdere uitleg en mijn eigen interpretatie over het onderwerp. Dus in dit geval: wat zijn precies de regels in de verschillende landen en hoe kun je ze het beste naleven? In de laatste alinea, sluit ik af met een uitsmijter, dus een conclusie of laatste tip (lees ook: hoe sluit je een artikel af?).

Hoe trek je lezers naar je blog?

Wiebe de Jager: Ik probeer op allerlei manieren aandacht te trekken. Als je net begint met een blog, zit je nog in een soort vacuüm. Je publiceert wel berichten, maar niemand surft naar je website om ze te lezen. Om lezers naar mijn site te krijgen bouwde ik op verschillende kanalen een eigen community rond Dronewatch. Ik heb bijvoorbeeld een nieuwsbrief waarop lezers zich kunnen inschrijven. Dronewatch heeft een Facebookpagina met inmiddels ruim 14.000 fans en ieder artikel op mijn blog deel ik via het Dronewatch Twitter-account. Maar ik ben ook een Facebookgroep begonnen waarop mensen tips kunnen uitwisselen over fotograferen en filmen met drones. Die groep heeft nu ruim 2.500 leden, ik haal er veel inspiratie voor nieuwe artikelen, omdat de leden zelf met problemen én oplossingen komen.

Je blog krijgt ook vaak aandacht op andere nieuwssites, en je wordt soms geïnterviewd door radio of televisie. Hoe krijg je dat voor elkaar?

Wiebe de Jager: Je kunt dat soort media-aandacht zelf afdwingen, bijvoorbeeld door af en toe zelf een evenement te organiseren, of een persbericht uit te sturen (lees ook: hoe schrijf je een goed persbericht?). Zo besteedde ik op Dronewatch aandacht aan de zogenaamde geofencing-software in drones die ervoor zorgt dat de apparaten niet kunnen opstijgen in de buurt van Schiphol. Ik vroeg me af: hoe goed werkt die software?  Voor een artikel heb ik toen dronevliegers opgeroepen om naar een locatie nabij Schiphol te komen zodat we konden testen hoeveel drones er toch konden opstijgen. Ik maakte een persbericht over dat evenement dat ik stuurde naar grote nieuwssites. Ik kreeg aandacht op websites als Metro Nieuws en Business Insider.

Als je een persbericht uitstuurt, is het belangrijk om een duidelijk nieuwsbericht te schrijven met aantrekkelijke quotes van jezelf en een een link naar je website. Veel nieuwssites zitten te springen om nieuws. Goed geschreven berichten nemen ze vaak gewoon letterlijk over. Soms bellen ze je ook voor een interview. Als er nu nieuws is over drones ben ik de eerste die wordt gebeld door journalisten.

Je hebt uiteindelijk toch ook twee boeken geschreven over drones. Waarom heb je daarvoor gekozen?

Wiebe de Jager: In eerste instantie wilde ik een e-book schrijven over fotograferen met drones, dat ik alleen via mijn blog zou verkopen. Maar ik had nog veel connecties in de uitgeverswereld. Een bevriende uitgever vroeg: waarom maak je er niet een papieren boek van, dat je ook in boekenwinkels kunt verkopen? Uiteindelijk heeft hij me overgehaald.  Van mijn boek over dronefotografie zijn inmiddels zo’n 3.000 exemplaren verkocht, dat is best veel voor een niche-publicatie. De opvolger, over video’s maken met drones, is nu 1.500 keer over de toonbank gegaan.

Het grootste voordeel van een boek schrijven zit trouwens niet in de opbrengsten. Als ik een afspraak heb bij een bedrijf uit de dronesector, gebeurt het regelmatig dat ik mijn boek daar op tafel zie liggen. Dan kom je toch anders binnen. Een boek bevestigt je status als expert. Daarnaast is het fijn om naast een blog ook iets tastbaars als een boek te hebben dat je mensen in hun handen kunt duwen. Als ik er zelf niet meer ben, zal mijn blog waarschijnlijk verdwijnen omdat niemand dan het hosting-abonnement betaalt. Mijn boeken zullen blijven bestaan.

Wat is je ultieme tip voor mensen die willen gaan bloggen?

Heel simpel: begin gewoon. Bloggen is iets waar je niet te lang over na moet denken, je moet het vooral gaan doen.

Zelf plannen om een blog te beginnen? Schrijf je in voor mijn cursus Bloggen voor meer klanten

Lees ook:

Geen schrijftips missen? Schrijf je in voor de Schrijfvis, mijn nieuwsbrief vol schrijftips.

Dennis Rijnvis

Over Dennis Rijnvis

Dennis Rijnvis, journalist voor onder meer De Volkskrant, Quest, Nu.nl en Psychologie Magazine. Maar ook schrijver van de thriller Savelsbos, uitgegeven door Cargo/De Bezige Bij. Op dit blog deel ik mijn inzichten en ervaringen op het gebied van schrijven.

Reageer

Verhelder je teksten

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)