Vertelperspectief kiezen – de belangrijkste keuze voordat je aan een boek begint

Vertelperspectief

Zelfs de beste schrijvers maken bij de keuze voor een vertelperspectief wel eens een inschattingsfout. Zo lukte het de gelauwerde Japanse auteur Haruki Murakami  nooit om een verhaal in de hij-vorm te schrijven, zo vertelt hij in dit interview.

 “Een paar keer heb ik geprobeerd om de derde persoon te hanteren bijvoorbeeld in Kafka on the Shore. Maaer elke keer voel ik me daar oncomfortabel bij. Het is dan alsof ik op mijn personages neerkijk, terwijl ik op hetzelfde niveau wil staan.”

Welk vertelperspectief kies je? Dit is het belangrijkste dilemma waarmee je te maken krijgt voordat je een boek of kort verhaal gaat schrijven. Kruip je in de rol van verteller, schrijf je een ik-verhaal, of kies je voor de hij- of zij-vorm. In deze blogpost zet ik de meest gebruikte vertelperspectieven op een rijtje, met duidelijke voorbeelden en belangrijkste voor- en nadelen.

Vertelperspectief 1  – De alwetende verteller

Dit is de oudste vertelvorm ter wereld. De alwetende verteller (ook wel auctoriale verteller genoemd) kom je tegen in oude geschriften zoals de Ilias, de Bijbel en klassieke boeken zoals Dik Trom. De alwetende verteller is een soort god die boven de gebeurtenissen staat. Hij of zij neemt zelf geen deel aan de actie, maar beschrijft alles van een afstandje. De auctoriale verteller weet alles van  de personages en hun gedachten. Sterker nog: alwetende vertellers kunnen door muren heen kijken, hun zichtveld is oneindig en ze zijn op de hoogte van het verleden én de toekomst. Niets blijft voor hem of haar verborgen.

Lezer aanspreken?

Soms maakt alwetende verteller zich bekend door de lezer rechtstreeks aan te spreken met u of je. Tot de achttiende eeuw was dit een veel gebruikte vertelvorm. Het aanspreken van lezer is inmiddels wat ouderwets, maar het kan nog altijd werken.  Neem het begin van De regelaars van Stephen King.

Zomer in Wentworth, Ohio. Oh boy, zie je het voor je? Zomer, hier in Poplar Street, die dwars door die befaamde, gebleekte Amerikaanse droom loopt, met de geur van hotdogs in de lucht en de uit elkaar gebarsten papieren hulzen van het vuurwerk van de Vierde Juli nog overal in de goot.

(…)

Het leven is zoals je het alleen maar kunt dromen, met Chevrolets op de opritten en biefstukken die in de koelkast liggen te wachten tot ze aan het begin van de avond op de barbecue achter in de tuin worden gelegd (en zou er appeltaart zijn voor dessert? Wat denk je?).

Subtiel

Maar het kan subtieler. In De aanslag van Harry Mulisch maakt de alwetende verteller zich niet bekend. Toch weet je meteen dat je met een auctoriaal vertelperspectief hebt te maken, omdat je van bovenaf naar het huis van de hoofdpersoon kijkt, het verleden in duikt en even later in het hoofd van het hoofdpersonage zit. Kortom: niets blijft verborgen.

Anton woonde in het tweede huis van links: dat met het rieten dak. Het heette al zo toen zijn ouders het kort voor de oorlog huurden; zijn vader had het eer- der ‘Eleutheria’ genoemd of iets dergelijks, maar dan geschreven in griekse letters. Ook al voordat de cata- strofe plaatsvond, had Anton de naam ‘Buitenrust’ niet opgevat als de rust van het buitenzijn, maar als iets  dat buiten de rust was, – zoals ‘buitengewoon’ niet op het gewone van het buitenzijn slaat (en nog minder op het buiten wonen in het algemeen), maar op iets dat nu juist niet gewoon is.

Voordeel van alwetende verteller

Dit vertelperspectief brengt afwisseling in je verhaal. Je kunt de gevoelens, belevenissen en gedachtes van verschillende personages beschrijven en je lezer dus een breed palet aan scenes voorschotelen.

Nadeel van de alwetende verteller

Spanning te creëren door informatie achter te houden, is lastig. Bij een alwetende verteller komt dat gekunsteld over. De verteller weet en ziet immers alles. Verder kan dit vertelperspectief wat ouderwets overkomen.

Vertelperspectief 2 – De ik-verteller

Bij deze vertelvorm vertelt de ik-persoon zijn verhaal. De ‘ik’ is dus niet alleen verteller, maar speelt ook een rol in de gebeurtenissen. Dit vertelperspectief komt voor in autobiografieën, maar ook in romans waarin de hoofdpersoon aan het woord is.

Het grote verschil met de alwetende verteller is dat de ik-verteller niet weet wat zich in de hoofden van anderen afspeelt. De ik-persoon kan alleen vertellen over wat hij/zij heeft gezien en gehoord. Wel kun je binnen één verhaal meerdere ik-vertellers aan het woord laten, zodat toch meerdere kanten van een verhaal worden belicht.

Er zijn twee verschillen vormen van ik-vertellingen. De ‘ik’ kan in de verleden tijd praten, over gebeurtenissen die al hebben plaatsgevonden. Die stijl wordt ook wel ‘de vertellende ik’ genoemd. Maar een ik-persoon kan ook verslag doen van gebeurtenissen terwijl hij/zij ze beleeft. Die vorm wordt ook wel ‘de belevende ik’ genoemd.

In de roman De zwarte met het witte hart wisselt schrijver Arthur Japin ‘de vertellende ik’ af met de ‘belevende ik’. Daardoor ontstaat er een verhaal met verschillende laagjes, waarin de verteller soms terugkijkt en analyseert, maar soms ook midden in de actie staat.

Voorbeeld van Arthur Japin

Het boek begint met een poëtische terugblik van de ‘vertellende ik’.

De eerste tien jaar van mijn leven was ik niet zwart. Ik was op veel manieren anders dan de mensen om mij heen, maar donkerder was ik niet. Dat weet ik. Er is een dag geweest waarop ik een verkleuring gewaarwerd. Later, toen ik dan eenmaal zwart wás, ben ik weer verschoten.

Later vertelt de ‘belevende ik’ vanuit het nu.

Zo zijn ze er dan achter dat ik een halve eeuw op Java ben. Proficiat met niets! En hoe ik de zaak ook wil omzeilen, Adeline Renselaar, de nicht van mevrouw Van Zadelhof, lijkt vastbesloten tot een feest. Ze heeft daartoe al drie families het hoofd op hol gebracht en is 15 van de week zelfs in de hertenkamp gesignaleerd, rebbelend over deze kwestie met de gouverneur. Vanochtend ontving ik met tegenzin een kleine feestcommissie die mij kwam polsen over tijd en plaats van mijn jubelviering. Ze vroegen naar de gevoeligheden van mijn bejaarde maag, waarmee ze rekening gaan houden bij de bereiding van een groots diner, alles in de stijl van 1850, het jaar dat ik hierheen verkaste. Ze doen maar. Of het niks kost

Voordeel van de ik-verteller

Het ik-perspectief misschien wel de meest natuurlijke manier om een verhaal te presenteren. Iemand vertelt simpelweg wat hij heeft meegemaakt. De lezer kan zich daardoor gemakkelijk met de verteller identificeren. Ook is het eenvoudig om spanning te creëren omdat de ik-persoon niet het hele verhaal kan overzien.

Nadeel van de ik-verteller

Je wordt beperkt in je vertelling. Het kan eentonig worden om alles vanuit het hoofd van één persoon te beschrijven. Ook moet je kunstgrepen uit halen om de lezer informatie te geven die de hoofdpersoon niet kan weten.

Vertelperspectief 3 – De personale verteller

Bij een personaal vertelperspectief is de verteller onzichtbaar. Je hebt als lezer het idee dat het verhaal zichzelf vertelt, omdat het is geschreven in de derde persoon, dus vanuit het hij- of zij-perspectief. Lezers komen alleen te weten komt wat de hoofdpersoon ziet, hoort en denkt. Ze kunnen niet in de hoofden van andere personages kijken.

Een goed voorbeeld is De avonden van Gerard Reve. Als lezer zit je het hele boek in het hoofd van Frits van Egters.

Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de twee en twintigste December 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte. Hij keek op zijn lichtgevend horloge, dat aan een spijker hing. ‘Kwart voor zes,’ mompelde hij, ‘het is nog nacht.’ Hij wreef zich in het gezicht. ‘Wat een ellendige droom,’ dacht hij. ‘Waar ging het over?’ Langzaam kon hij zich de inhoud te binnen brengen. Hij had gedroomd, dat de huiskamer vol bezoek was. ‘Het wordt dit weekeind goed weer,’ zei iemand. Op hetzelfde ogenblik kwam een man met een bolhoed binnen. Niemand lette op hem en hij werd door niemand begroet, maar Frits bekeek hem scherp. Opeens viel de bezoeker met een zware bons op de grond. ‘Was dat alles?’ dacht hij. ‘Wat gebeurde er verder? Niets, geloof ik.’ Hij sliep weer in.

Meervoudig personaal vertelperspectief

Je kunt het personaal vertelperspectief ook steeds laten wisselen tussen verschillende personages. Lezers volgen dan meerdere hoofdpersonen die met ‘hij’ of ‘zij’ worden aangeduid. Ze bekijken de gebeurtenissen dan door de ogen van al deze mensen, zodat het verhaal van verschillende kanten wordt belicht. Dit wordt het meervoudig personaal vertelperspectief genoemd.

In het boek De beproeving van Stephen King volg je als lezer bijvoorbeeld een groepje mensen dat na de uitbraak van een allesverwoestende ziekte een nieuwe beschaving probeert op te bouwen.

Op de morgen van de 27stejuni zat Larry Underwood op een bank in Central Park en keek naar de menagerie. Fifth Avenue, achter hem, stond vol auto’s, maar er liep geen motor meer. De eigenaars waren allemaal dood of gevlucht. Verderop aan Fifth was er van de chique winkels niet veel anders over dan rokende puinhopen.

Stu Redman was bang. Vanachter het getraliede raam van zijn nieuwe kamer in Stovington, Vermont, keek hij naar het stadje dat daar ver weg, in de diepte lag (…) Hij was bang omdat zijn kamer meer weg had van een gevangenis dan van een ziekenhuiskamer.

Christopher Bradenton worstelde zich omhoog uit de diepe duisternis van het delirium zoals iemand zich uit een moeras worstelt. Hij had overal pijn. Zijn gezicht voelde vreemd aan, niet menselijk meer, net alsof het op tien verschillende plaatsen met siliconen was ingespoten en het nu min of meer op een strandbal leek.

Voordeel van de personale verteller

Het personale vertelperspectief is het meest gebruikte vertelperspectief, en voelt daarom voor de lezer vertrouwd aan. De meeste mensen kunnen zich gemakkelijk met personages identificeren als er in de hij- of zij-vorm wordt geschreven.

Nadeel van de personale verteller

Als je door de ogen van slechts één hoofdpersoon kijkt, kan het verhaal wat benauwend aanvoelen. De lezer ziet dan niets van wat er buiten het blikveld van de hoofdpersoon gebeurt. De oplossing is om het perspectief te laten wisselen tussen verschillende personages. Als je vaak wisselt, is het gevaar wel dat het verhaal dat je lezers verschillende personages moeilijk uit elkaar kunnen houden, en zich minder met hen gaan identificeren.

Vertelperspectief 4 – Jij en wij-vorm

Het personaal vertelperspectief is breder dan alleen de hij- en zij-vorm. Als schrijver kun je ook experimenteren met vertelperspectief in de tweede persoon (jij), of de eerste persoon meervoud (wij).

De roman Houtekiet van Gerard Walschap wordt bijvoorbeeld deels verteld vanuit de wij-vorm. De kinderen van hoofdpersoon Jan Houtekiet doen verslag van zijn leven.

Het boek Zorg van Miquel Bulness is geschreven in de jij-vorm. Daardoor heb je als lezer het gevoel dat je zelf de hoofdrol in het boek speelt. Dat effect kan je verhaal een extra dimensie geven, al zal het wel even wennen zijn voor je lezer.

De dagen beginnen door elkaar te lopen. Was de operatie gisteren of eergisteren? Of vandaag? Was jij erbij of droomde je dat alleen maar? Misschien was je wel bij een andere operatie. Het is lastig te zeggen, want als je wakker bent, droom je ook. Over slapen.

Geen schrijftips missen, schrijf je in voor mijn nieuwsbrief, de Schrijfvis.

Wil je zelf een boek schrijven met wervelende personages? Meld je dan aan voor de Boekschrijfvis – mijn speciale nieuwsbrief voor schrijvers van boeken en korte verhalen. 

Lees ook:

 

 

Dennis Rijnvis

Over Dennis Rijnvis

Dennis Rijnvis, journalist voor onder meer De Volkskrant, Quest, Nu.nl en Psychologie Magazine. Maar ook schrijver van de thriller Savelsbos, uitgegeven door Cargo/De Bezige Bij. Op dit blog deel ik mijn inzichten en ervaringen op het gebied van schrijven.

Reageer

Verhelder je teksten

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)