Met deze basishouding stel je volgens filosoof Elke Wiss de beste vragen in interviews

Door mei 11th, 2020 Schrijftips algemeen
elkewiss

‘Je doet iets geks bij het stellen van je vragen’, zegt Elke Wiss tegen me. ‘Je vult mijn antwoorden al een beetje in. Daarnet vroeg je bijvoorbeeld: ‘Waarom ben je je gaan verdiepen in Socrates? Vond je die sowieso al interessant, of kwam hij toevallig op je pad?‘ Zie je wat je daar deed? Je gaf meteen voorbeelden van mogelijke antwoorden. Voor een zuivere vraagstelling kun je dat beter niet doen. Dan stuur je me minder.’ 

Dit wordt een lastig interview.

Goed vragen stellen in interviews: hoe doe je dat?

Via Zoom praat ik met Elke Wiss. Ze verdiept zich als praktisch filosoof beroepsmatig in de kunst van vragen stellen. Ze schreef er zelfs een boek over met de titel Socrates op Sneakers.

Tijdens dit interview krijg ik dan ook een lesje in zuivere vraagstelling. In ruil daarvoor geeft Wiss een inkijkje in een vaardigheid die in haar ogen onmisbaar is voor het stellen van goede vragen in interviews: perspectivistische lenigheid. Wat dat is lees je in dit artikel, samen met nog veel meer tips voor iedereen die wel eens iemand interviewt. Een vraaggesprek met filosoof Elke Wiss.   

(De foto van Elke Wiss bovenaan dit artikel is gemaakt door Elke Verbruggen)

Waarom gaat er zo vaak iets mis bij het stellen van vragen? 

Elke Wiss: Eén van de belangrijkste redenen is denk ik dat we het nooit hebben geleerd. Laatst kreeg ik een mailtje van iemand die schreef: ‘vroeger werd bij ons thuis altijd gezegd dat kinderen die vragen worden overgeslagen.’ Dat herkende ik wel. Ik weet nog hoe ik in mijn jeugd samen met mijn moeder en zusje over straat liep. Mijn zusje wees naar iemand en vroeg: waarom is die mevrouw zo dik? Volwassenen zeggen dan al snel: nee, dat mag je niet vragen. Terwijl er met de vraag op zich niets mis is, mijn zusje was oprecht nieuwsgierig. Tegen de tijd dat we volwassen zijn, hebben we daarom last van een soort taboe op het stellen van vragen. Het wordt gezien als iets onbeleefds. Als je tijdens een vergadering een pijnlijke kwestie aan de orde stelt met een vraag, word je vaak gezien als de boosdoener. 

Maar vragen stellen, gaat ook vaak mis, omdat we het als we eenmaal volwassen zijn, moeilijk vinden om oprechte interesse op te brengen in een ander. We zijn als het erop aan komt toch meer in onszelf geïnteresseerd.  

Maar we zijn toch wel nieuwsgierig de mening van anderen? 

Elke Wiss: Natuurlijk zijn we geinteresseerd wat anderen zeggen, maar vaak is dat vooral interesse vanuit onze eigen ‘ik’. We luisteren en denken: ja, hier ben ik het mee eens. We luisteren verder en zeggen dan: ‘hé, volgens mij mis je hier een punt, want ik zie dat anders.’ Zo brokkelt de interesse alweer langzaam af, je richt je weer meer op jezelf.  Dat zie ik ook vaak in interviews gebeuren.

Hoe komt dat denk je?

Eén van de meest bizarre ontdekkingen die ik deed bij het schrijven van mijn boek Socrates op Sneakers, is dat we dopamine aanmaken als we over onszelf praten, een stofje waarvan je je lekker gaat voelen. Het zit in onze natuur om op onszelf gericht te zijn, en je hebt discipline nodig om echt naar de ander te luisteren. 

Ruw gezegd zijn er twee manieren van luisteren: wat-vind-ik-hiervan-luisteren en wat-bedoel-jij-precies-luisteren. Alleen bij die laatste manier kom je echt meer over de ander te weten.  Als je goed wil worden in interviews, moet je jezelf dat dus aanleren. 

En hoe kom je dan uiteindelijk tot een goede vraag?

Elke Wiss: Als je een goede vraag wil stellen, moet je iets niet weten, en dat ook erkennen. Dat is moeilijk voor mensen. 

Vaak stellen we helemaal geen vraag, we zeggen gewoon iets. Dit gebeurt ook in interviews. Journalisten stellen vaak vragen waarbij ze het antwoord al een beetje sturen, zoals jij daarnet. Of ze stellen geen echte vraag, maar een verpakte mening. Dan zegt de geïnterviewde iets, en dan vraagt de interviewer: ‘maar dat is toch niet altijd zo?’

Dat is eigenlijk geen vraag: je geeft dan gewoon je eigen mening, en je zoekt uit hoe de ander zich daartoe verhoudt. 

Dus je moet je eigen mening loslaten in een goed interview? 

Elke Wiss: Je blijft altijd je eigen mening houden. Maar het is denk ik belangrijk dat je een vaardigheid ontwikkelt die perspectivistische lenigheid wordt genoemd. Als je jezelf echt wil verplaatsen in de ander, en goede vragen wil stellen, is het de kunst om in interviews ook mee te kunnen gaan in een denkwijze die je niet bevalt, zonder je eraan te hechten.  

Zo bevroeg ik ooit een christelijke collega over homoseksualiteit. Ze had veel standpunten waarvan ik dacht: nee, dat is belachelijk. Maar op zo’n moment dacht ik vanuit mijn eigen ‘ik’. En het ging even niet om mij, ik wilde haar juist begrijpen, dus ik heb die meningen tijdelijk aan de kant gezet

Het is goed om soms even afstand te nemen van je eigen denkwijze en je eigen opvattingen als iets minder vanzelfsprekend te beschouwen. 

Alleen met die basishouding kun je goede vragen stellen, vanuit oprechte interesse. Het is de kunst om je te verdiepen in andermans denkwijze, zonder die te veroordelen of je zijn of haar denkbeelden persoonlijk aan te trekken. Dát is perspectivistische lenigheid. Je zou kunnen zeggen dat je op reis gaat in het hoofd van de ander, zonder souvenirs mee te nemen.

Hoe houd je interviews spannend als je geen tegengas geeft met je eigen mening? 

Als je steeds je eigen mening herhaalt, kom je juist niet verder. Dan overtuig je de ander normaal gesproken niet. Gesprekken kunnen juist heel spannend worden als je op een meer socratische manier te werk gaat. 

Socrates was griekse redenaar die met iedereen discussie ging, maar zijn basishouding was: ik weet niets, ik vraag alleen maar. Hij ging bijvoorbeeld pleinen op en sprak dan met rechters over wat rechtvaardigheid eigenlijk is. En wees dan tegenstrijdigheden aan in hun verhaal, net zo lang totdat rechters zelf gingen twijfelen. 

Dus hij vroeg bijvoorbeeld aan een rechter hoe kan het volgens de rechtspraak strafbaar is om iemand te doden, maar dat een moordenaar zelf wel de doodstraf kunt krijgen?

Ja, dat zou een voorbeeld kunnen zijn. Socrates bleef doorvragen en wijzen op tegenstrijdigheden. Dat vergt moed, want je confronteert iemand. Vaak werden mensen ook ook boos op hem. Maar daar bleef hij dan heel rustig onder, want hij vroeg van tevoren altijd toestemming om iemand te bevragen. En daar kwam hij dan op terug door de ander voor te houden: je zei daarnet dat ik je iets mocht vragen, dat is alles wat ik heb gedaan. 

Is het handig om dat ook in interviews te doen, vragen of je iets mag vragen? 

Ja, dat is zeker handig om te doen. Het is natuurlijk een gesloten vraag. En mensen in mijn cursussen zeggen vaak: ik heb geleerd dat je geen gesloten vragen mag stellen. Dat is zonde. Gesloten vragen kunnen heel nuttig zijn, ook in interviews. Ze leveren helderheid op. Je kunt checken of je het over hetzelfde onderwerp hebt, of de ander je begrijpt, en wat de mening van de ander precies is. 

Maar je kunt een gesloten vraag ook gebruiken om spanning uit een gesprek te halen. Vragen worden snel opgevat als aanval. Dat komt omdat we ze in het dagelijks leven ook vaak zo gebruiken, zoals eerder gezegd: om onze mening te uiten. Ik maak me daar zelf ook schuldig aan. Als ik thuiskom in een stoffige huiskamer, vraag ik bijvoorbeeld aan mijn vriend: waarom heb je niet gestofzuigd? Dan doe ik net alsof ik iets vraag, maar eigenlijk zeg ik gewoon: ‘hé lullo, je hebt weer niet gestofzuigd, en je hebt gezegd dat je dat wel zou doen.’ 

Door in een interview eerst te benadrukken dat je vraag echt uit interesse voortkomt, en dat er geen oordeel in zit, kun je mensen meer op hun gemak stellen. Het kan dus heel goed werken om een open vraag in te leiden met bijvoorbeeld: mag ik je iets persoonlijks vragen?  

Zijn er meer technieken om mensen in de juiste staat te brengen voor het beantwoorden van moeilijk vragen? 

Elke Wiss: Zeker. In mijn workshops doe ik vaak een oefening waarbij mensen in tweetallen gesprekjes voeren. De regel is dan: steeds voordat iemand iets zegt of vraagt, zwijg je allebei 20 seconden. In het begin zijn mensen dan nog wat giechelig. Maar daarna zie je de dynamiek in het gesprek al snel veranderen. Door de stiltes gaan de deelnemers beter nadenken over wat de ander heeft gezegd, en wat ze daarna zelf willen antwoorden of vragen. Het gesprek wordt rustiger, en krijgt vaak ook meer diepgang. 

Je zou deze oefening met een kleine aanpassing ook in een interview kunnen toepassen. Geef de geinterviewde bijvoorbeeld expliciet toestemming om lang na te denken door te zeggen: ik ga je zo een vraag stellen, en je mag er gerust lang over nadenken, we hebben alle tijd. 

Je kunt ook uit je gedrag laten blijken dat stiltes oké zijn. Doe het zelf, neem de tijd tijdens het interview en wees af en toe twintig tot dertig seconden stil. Daarmee geef je een signaal aan de geinterviewde: dit mag jij ook doen. 

Veel mensen vinden stilte in het begin spannend om stiltes te laten vallen. In deze maatschappij scoor je vooral met praten en laten zien dat je het allemaal goed weet. Stilte betekent ook twijfel erkennen, dat je nog even moet nadenken over wat je gaat zeggen. Maar juist dat kan je heel veel opleveren in een interview. 

Veel mensen zijn ook bang om een domme vraag te stellen. Wat kun je daartegen doen? 

Vaak zijn domme vragen niet dom, maar vanzelfsprekend. We zijn volgens mij vooral bang dat de ander ons als dom zal bestempelen. Ook dit gevoel kun je soms wegnemen met perspectivistische lenigheid. Onderzoek de visie van die ander en je eigen gevoel daarbij. Waarom vind je het zo erg als geinterviewde je dom zouden vinden? Zou het erg zijn als je dom overkomt? En bén je echt dom? Kortom: bekijk je opvatting over domme vragen eens vanuit een ander perspectief, zonder je eraan te hechten. 

Kortom: erken dat je de angst voor domme vragen heb, en probeer ze dan toch gewoon te stellen. Benoem het desnoods in je vraagstelling: ‘misschien stel ik een domme vraag, maar…’

Eén van de ingredienten die Socrates noemt voor het stellen van goede vragen is moed. Toon die moed dus ook, stel die domme vragen gewoon.  

Wie zou je zelf graag interviewen met behulp van perspectivistische lenigheid? 

Donald Trump zou een goede kandidaat zijn. Bij hem denk ik na alles wat hij zegt in eerste instantie: gadverdamme, wat een eikel. Daarom zou het een goede training zijn om hem te interviewen. Ik zou graag oprecht te willen onderzoeken wat hij denkt en proberen hem te begrijpen. 

Zou je voor zo’n interview je de vragen vooraf uitwerken? Hoe zou je het aanpakken? 

Elke Wiss: Volgens mij is het altijd goed om voor een interview wat vragen op papier te zetten, zodat je voor jezelf bepaalt wat je te weten wilt komen. Maar het is belangrijk om tijdens het interview vooral te luisteren, zodat je niet alleen op je eigen spoor blijft, maar daadwerkelijk in het hoofd van de geïnterviewde duikt. Wees dus altijd bereid om je eigen vragen wat los te laten als het gesprek een interessante kant op gaat. 

Trump zou ik van alles willen vragen. Er bestaat bijvoorbeeld een foto waarop hij heel dominant over bureau leunt, en van onderaf is gefotografeerd. Ik zou hem willen vragen: wie heeft die foto gemaakt? Wat zijn zijn overwegingen geweest? Welke ideeën heeft hij over zijn eigen presentatie en wat denkt hij bijvoorbeeld als hij hij zijn stem hoort. 

Ik denk oprecht dat je perspectivistische lenigheid kunt trainen door het regelmatig te doen. Zet je verwonderingsmotor aan en bekijk iemand zonder oordeel. Laat je eigen ‘ik’ en je opvattingen even niet bestaan. Dat is ook wel eens fijn, en je krijgt de beste interviews. 

In het boek Socrates op sneakers van Elke Wiss vind je meer tips voor het stellen van goede vragen. Je kunt het hieronder bestellen.

Lees ook:
– Iemand interviewen? Dit zijn mijn 7 gouden tips
Wetenschappers interviewen – waarom je wel domme vragen moet stellen
– Dit is de moeder aller schrijftips – geef voorbeelden

Geen schrijftips missen? Schrijf je dan net als 10.000 schrijf- en taalliefhebbers in voor mijn maandelijkse nieuwsbrief met schrijftips, de Schrijfvis.

Aanmelden

Wil je een boek schrijven? Abonneer je dan op de Boekschrijfvis – mijn speciale nieuwsbrief voor schrijvers van boeken en korte verhalen. 

Aanmelden

Live-cursus Zakelijk schrijven

Kort en krachtig leren schrijven? Volg mijn cursus Zakelijk schrijven via live videoverbinding van achter je eigen bureau op 19 juni (14 tot 17 uur). Eenmalig met 40 procent korting (98 euro ipv 179 euro), omdat ik de cursus voor het eerst via live video geef.

Schrijf je in

Online cursus: Topartikel

Wil je meer lezers trekken met je teksten? Volg dan mijn online cursus Topartikel – voor bloggers, tekstschrijvers en iedereen die lezers voor zich wil winnen met goed geschreven artikelen. In de video hieronder leg ik uit wat je leert in de cursus.

Klik op de oranje button hieronder voor meer informatie. Als je je inschrijft, krijg je meteen toegang tot de cursus Topartikel. En vanwege de corona-crisis geef ik je gratis persoonlijke feedback op het eerste artikel dat je met de cursus schrijft.

Online cursus Topartikel - bekijk, betaal en begin

Houd je van creatief schrijven? Volg dan mijn live-workshop Korte verhalen schrijven – ontgrendel je verbeelding.

Dennis Rijnvis

Over Dennis Rijnvis

Dennis Rijnvis, journalist voor onder meer De Volkskrant, Quest, Nu.nl en Psychologie Magazine. Maar ook schrijver van de thriller Savelsbos, uitgegeven door Cargo/De Bezige Bij. Op dit blog deel ik mijn inzichten en ervaringen op het gebied van schrijven.

Reageer

Verhelder je teksten

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)