Schrijven is schrappen: deze 21 woorden moet je vaker uit je teksten halen

schrijven is schrappen

Schrijven is schrappen, tenminste volgens Journalist en AKO-literatuurprijswinnaar Jeroen Brouwers. Hij hanteert een harde stelregel: wie vaker dan drie keer ‘maar’ op een pagina gebruikt, mag zich geen schrijver noemen.*
Toen ik dat las, heb ik mijn laatste artikel voor de Volkskrant (over een bezoek aan Tsjernobyl) even onder de loep genomen. Daar ga ik meteen in de fout. In de eerste 300 woorden komt vier keer het woord ‘maar’ voor. Gelukkig besloot de eindredactie (heb respect voor de eindredacteur!) nog het een en ander te schrappen, zodat mijn naam als schrijver kon worden gered.

Oké, de regel van Brouwers is misschien wat overtrokken. Maar hij stipt wel een belangrijk punt aan. We hebben als schrijvers en journalisten allemaal een paar troetelwoordjes – meestal signaalwoorden zoals ‘maar’, ‘als’ en ‘uiteindelijk’ waarmee we de lezers zo soepel mogelijk door het verhaal denken te loodsen. Vaak gebruiken we deze signaalwoorden te overvloedig. We onderschatten de lezer door hem of haar te veel te sturen – het is alsof je een volwassene een fiets met zijwieltjes aanbiedt.

Schrijven is schrappen: let op overbodige woorden

Ik heb meer kleine woordverslavingen die soms opeens op komen zetten. Een paar maanden geleden kreeg ik bijvoorbeeld dit commentaar van een redacteur bij het inleveren van een artikel over een bizar wetenschappelijk onderzoek naar de geur van de dood. ‘Leuk stuk. Eén kleine aanmerking. Qua stijl: het woord ‘heel’ kun je altijd schrappen in mijn ervaring.’

Toen ik het artikel nalas bleek ik in  zes zinnen (het stuk was vier pagina’s lang) het bijwoord ‘heel’ te hebben gebruikt. En inderdaad: ik kon het probleemloos overal schrappen.

Ik denk dat het voor iedere schrijver goed is om na te denken over zijn eigen woordverslavingen. Hieronder bespreek ik 21 overbodige woorden. Ik – en met mij iedereen – zou deze woorden vaker moeten schrappen uit teksten. Zoek ze op met de zoekfunctie in Word en verwijder ze als het even kan: je tekst wordt gegarandeerd beter. (Deze zinsdelen kun je trouwens ook schrappen)

(Lees ook de moeder aller schrijftips en deze 22 geweldige boeken over schrijven)

Terwijl
Toen
Deze woorden zijn vaak overbodig, maar o zo verleidelijk, vooral in reportages waarin je handelingen beschrijft. Laat ze zo veel mogelijk achterwege dan lopen je zinnen altijd beter.

Niet: terwijl we achterin in de auto stappen, steekt de politieagent achter het stuur een sigaret op.

Wel: we stappen in de auto. De agent achter het stuur steekt een sigaret op.

Dus
Eén van die eerder besproken signaalwoorden die vaak overbodig zijn. ‘Dus’ geeft een oorzaak – gevolg aan die in een goede tekst al duidelijk wordt uit de zinsopbouw. Nogmaals: schrijven is schrappen!

Ik ben ziek, dus ik blijf thuis.
Ik ben ziek, ik blijf thuis.

Heel
Het woord dat achter dit bijwoord staat, zegt in zijn eentje genoeg. Als je ‘heel’ weglaat, wordt een zin krachtiger. Als je dit woord in je teksten leest, is het goed om weer even aan het ‘schrijven is schrappen’-principe te denken.

De vrouw was heel slim.
De vrouw was slim.

Namelijk
Namelijk wordt vaak gebruikt om iets nog eens extra te benadrukken. Dat komt belerend en wijsneuzerig over. Dit woord is net als ‘heel’ en ‘dus’ altijd overbodig.

Maar
Je geeft er een tegenstelling mee aan en trekt daardoor de aandacht van de lezer. Verleidelijk om dit woord ook te gebruiken als er van zo’n tegenstelling helemaal geen sprake is, zoals in mijn Tsjernobyl-artikel.

Ik schreef bijvoorbeeld:

We moeten op een stralingsmeter gaan staan, die controleert of er radioactieve deeltjes op ons lichaam zitten. Ik kijk naar het stof op mijn armen en mouwen. Maar het alarm van het apparaat gaat niet af.

Het woord ‘maar’ heeft totaal geen functie. En dus geldt hier wederom: schrijven is schrappen. De onderstaande zin leest vlotter en is mooier.

We moeten op een stralingsmeter gaan staan, die controleert of er radioactieve deeltjes op ons lichaam zitten. Ik kijk naar het stof op mijn handen en mouwen. Het alarm van het apparaat gaat niet af.

Toch
Ook deze scoort hoog op de lijst van overbodige woorden. Hetzelfde gevaar als ‘maar’. Als het woord geen duidelijke kentering in je verhaal aangeeft, laat het dan achterwege.

Vaak
Soms

Meestal
Met dit soort woorden dek je jezelf in (je schrijft niet dat iets zo is, maar schrijft dat iets vaak/soms zo is, zodat niemand je bewering kan bestrijden) en daardoor wordt een tekst minder sterk. Neem de onderstaande zin.

De Vikingen speelden ’s avonds vaak een primitief schaakspel. Het werd gespeeld op een bord van 7 bij 7 velden.

De Vikingen speelden ’s avonds een primitief schaakspel. Het werd gespeeld op een bord van 7 bij 7 velden.

(Je lezer kan zelf wel bedenken dat de Vikingen ook wel eens een avond vroeg naar bed gingen)

Uiteindelijk
Als je met dit woord moet aankondigen dat het einde van een zin, alinea of artikel nadert, heb je je verhaal niet goed opgebouwd.

Eigenlijk

Een garantie voor onzeker taalgebruik. Tenzij jij je dit wilt uitstralen met een zin (bijvoorbeeld in een dialoog, in een citaat van een onzeker iemand), kun je eigenlijk altijd schrappen.

Jan zou eigenlijk niet in zijn neus moeten pulken.

Waarom niet gewoon:

Jan zou niet in zijn neus moeten pulken.

Feitelijk

Nog een overbodige toevoeging waarmee je een zin zelden sterker maakt, het heeft iets overbodigs en betweterigs.

Dat is feitelijk onjuist.

Dat is onjuist.   

 

Zullen, kunnen, moeten, worden, mogen, willen, gaan

Achter hulpwerkwoorden kun je je goed verschuilen. Maar ze maken zinnen nodeloos omslachtig.

Helaas hebben wij onze secretaresse Anja moeten ontslaan. Wij zullen haar gaan missen. We betreuren het dat de samenwerking niet langer heeft mogen duren.  

Dat kan korter, en eerlijker.

Helaas hebben wij onze secretaresse Anja ontslagen. Wij gaan haar missen. We betreuren het dat de samenwerking niet langer heeft geduurd.  

Kortom

Dit is misschien wel mijn grootste verslavingswoord. Ik gebruik ‘kortom’ te pas en te onpas – zoek maar eens in Google op ‘Schrijfvis’ en ‘kortom’.

Het is verleidelijk om kortom te gebruiken, omdat je daarna je boodschap kunt herhalen en iets bouder kunt formuleren. Maar dat wordt snel een trucje. Mijn goede voornemen voor 2018: ‘kortom’ vaker schrappen.

Auteur: Dennis Rijnvis, wetenschapsjournalist

Wil je leren hoe je korter, bondiger én krachtiger schrijft? Volg mijn cursus Zakelijk schrijven met aantrekkingskracht – krijg meer gedaan van je collega’s en klanten met aantrekkelijke e-mails, webteksten en artikelen.

Op de hoogte blijven en geen schrijftips missen? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief, de Schrijfvis.

schermafbeelding-2016-11-11-om-00-45-14

Wil je een boek schrijven? Meld je dan aan voor Boekschrijfvis – mijn speciale nieuwsbrief voor schrijvers van boeken en korte verhalen, elke maand vol praktische tips. 

* Meer tips met de insteek ‘schrijven is schrappen’ vind je in het ongenaakbare schrijfhandboek van Jan Renkema, Schrijfwijzer.

* Signaalwoorden zijn natuurlijk niet altijd overbodig. Als je ze op de juiste plaatsen en met mate gebruikt, maken ze een tekst duidelijker. Ze gidsen je lezer dan razendsnel door een artikel heen.

*De stelregel van Jeroen Brouwers over het gebruik van ‘maar’ komt uit het boek De wil en de weg (een geweldig boek over schrijven) van Jan Brokken.

Lees ook:

 

De Elsschotproef

De Vlaamse schrijver Willem Elsschot was de ‘koning van het schrappen’. Hij bedacht de zogenoemde Elsschotproef, waarbij een schrijver woorden uit een ruwe versie van een tekst blijft schrappen tot het moment dat de leesbaarheid wordt aangetast. Pas dan is een tekst volgens Elsschot klaar om gepubliceerd te worden.

Zelf stond Elsschot dan ook bekend om kort en krachtig taalgebruik. Zijn bekendste werk, de prachtige roman Kaas, telt slechts 120 pagina’s.

Foto: Markus Spiske

Dennis Rijnvis

Over Dennis Rijnvis

Dennis Rijnvis, journalist voor onder meer De Volkskrant, Quest, Nu.nl en Psychologie Magazine. Maar ook schrijver van de thriller Savelsbos, uitgegeven door Cargo/De Bezige Bij. Op dit blog deel ik mijn inzichten en ervaringen op het gebied van schrijven.

32 Comments

  • André van Es schreef:

    Ik worstel met de woorden ‘ook’ en ‘dat’. Zijn er tips om met name een ‘dat’ constructie te vermijden?

  • Tim schreef:

    Veel is ook een kwestie van smaak. Bij dus en terwijl vind ik zelf de voorbeelden met het woord mooier. Ook het probleem met vaak zie ik niet. Tussen «’s maandags ga ik vaak naar de stad» en «’s maandags ga ik naar de stad» ligt toch echt een verschil.
    Ik geef je gelijk, dat dit woorden zijn die men niet te vaak moet gebruiken – maar geldt dat niet in principe voor ieder woord?

  • Martine Bakx schreef:

    Het woordje OOK. Je gebruikt het 3x in bovenstaande tekst 😀

  • Niels schreef:

    Ik vind dat je veel inhoud opoffert voor een beetje duidelijkheid. “Terwijl’ – bijvoorbeeld – geeft aan dat de gebeurtenissen tegelijkertijd plaatsvinden:

    ‘De auto is gevuld met een licht ontvlambaar gas, dat via de deuropening ontsnapt. Terwijl we achterin in de auto stappen, steekt de politieagent achter het stuur een sigaret op. BOEM!’

    … versus …

    ‘De auto is gevuld met een licht ontvlambaar gas, dat via de deuropening ontsnapt. We stappen in de auto. De agent achter het stuur steekt een sigaret op. We rijden weg.’

    ‘heel’ geeft een vergrotende trap weer:

    De vrouw was heel slim. Ze ging studeren aan Harvard.
    De vrouw was slim. Ze ging studeren aan een universiteit.

    Het weglaten van ‘vaak’ is mij helemaal (vergrotende trap) een doorn in het oog. A. Ik weet niet of ‘de Vikingen ook wel eens een avond vroeg naar bed gingen’ (wat het spelen van een bordspel bovendien niet uitsluit, maar dat terzijde), en B. als zij niet iedere avond een bordspel speelden, dan wil ik weten of zij dat vaak deden, soms of sporadisch.

    ‘Ik ben ziek, ik blijf thuis.’ behoudt weliswaar zijn betekenis, maar het klinkt in mijn oren als een kind van zeven dat zijn eerste spreekbeurt houdt: ‘Ik moet naar school, ik ben ziek, ik blijf thuis, ik lig in bed …’ Het woordje ‘dus’ maakt er een mooie rollende zin van, zoals ‘namelijk’ ‘maar’, ‘toch’ en ‘uiteindelijk’ dat in bepaalde gevallen ook kunnen doen.

    Kortom: beknopt schrijven is een mooie richtlijn maar houd je er niet te halsstarrig aan vast.

  • Sanne schreef:

    Ik schrijf eigenlijk te veel ‘eigenlijk’.

    • Wilfried Dierick schreef:

      Tijdens de oorlog ging een verzetsstrijder om advies naar de pastoor en vroeg hem of hij een beruchte verrader uit de weg mocht ruimen.
      De pastoor antwoordde: “Eigenlijk niet”.

  • Thomas Lapperre schreef:

    Leuk stuk! Ik dacht dat je direct met ‘zullen’ en ‘kunnen’ zou komen, maar 11 ‘nieuwe’ woorden. Thanks! Recent betrap ik mijzelf op veel gebruik van het woordje ‘kortom’.

  • Martin Mooij schreef:

    Leerzaam, ook voor iemand die bijschriften voor foto’s maakt!

  • Marlies K. schreef:

    Verbindingswoorden zijn wel degelijk belangrijk:https://www.google.nl/url?sa=t&source=web&rct=j&url=http://www.lt-tijdschriften.nl/ojs/index.php/ltt/article/download/1521/1130&ved=0ahUKEwjWwr-Kh6fMAhUpAsAKHdZDBFM4FBAWCBkwAA&usg=AFQjCNHTdCT9oaAPeYAZxP8vhjVcAWg_4A. Met ‘maar’ heb je natuurlijk wel een punt: alleen gebruiken als je een tegenstelling wilt aanduiden.

  • Walter schreef:

    Leuk en herkenbaar verhaal! Je mag je eigen advies overigens nog wel een keer loslaten op je eigen teksten. De pagina “Over mij & dit blog” sluit je af met: “Stiekem droom ik nog steeds stiekem van een tweede roman, maar ik wil het boek niet onder druk schrijven, maar op mijn eigen manier.” Dat is wel héél stiekem. En zelfs twee keer ‘maar’ in één zin. 🙂

  • Walter schreef:

    Hoi Dennis,
    Ik begrijp best dat je mijn vorige reactie liever niet plaatst, dat geeft niets. Het was niet vervelend bedoeld, dat begreep je hopelijk wel. Een ‘vers lezende buitenstaander’ ziet nou eenmaal andere dingen dan de auteur zelf, ook al schrijft die beroepsmatig (gebeurt mij ook).
    Goed dat je die ‘2x maar’ hebt weggehaald. Er staat wel nog steeds ‘2x stiekem’ in die zin. Nog een opbouwend bedoelde tip: ook in jouw leuke verhaal over Stephen King zie ik enkele vergissingen: in de eerste drie alinea’s al twee vergeten woordjes.
    Vermeld je trouwens bewust geen e-mailadres op je site? Ik wilde deze reactie via de mail sturen, maar je contactgegevens kan ik niet vinden. Is dat gewoon info@… ?
    Groeten,
    Walter

    • dennisrijnvis schreef:

      Ha Walter, nee hoor ik plaats alles gewoon. En bedankt voor de tips. Ik schrijf dit in de avonduren naast mijn werk, dus er sluipen zeker foutjes in. Mailen kan op dennisrijnvis at gmail

  • Walter schreef:

    Fijn dat je het positief oppakt! Ik heb je teksten met plezier gelezen.
    Heel veel herkenning namelijk, maar uiteindelijk dus toch vaak leuk. 😉

  • Interessant blog! Graag een e-mail als er nieuwe berichten zijn.

  • Erik Jonkman schreef:

    Hey dennis, leuk en leerzaam stuk! Ik moest bij het formuleren van het onderstaande aan je denken 😉 Zou jij in dit geval “echter” weglaten?

    “Het bestaande schilderij dient als uitgangspunt voor het schilderij in de gewenste formaten. Het handwerk kan echter met zich meebrengen dat het resultaat iets afwijkt van het origineel”

  • Nicky Heijmen schreef:

    Op pagina 57 van ‘Het is niets’ schrijft Jeroen Brouwers viermaal het woord ‘maar’.

  • […] Lees het hele artikel op de website van Dennis Rijnvis: Schrijven is schrappen: deze 11 woorden moet je vaker uit je teksten halen. […]

  • […] Schrijven is schrappen. Dat begint bij deze 11 signaalwoorden. Woorden als 'maar', 'toch', 'vaak' en 'uiteindelijk' maken een tekst zwakker. Schrappen dus.  […]

  • […] Deze 11 woorden kun je altijd uit je teksten schrappen  […]

  • Thérèse schreef:

    Ik dacht dat ‘Schrijven is schrappen’ van Bomans afkomstig was. Ik heb hier een boek liggen van zijn hand met die titel en het lijkt me sterk dat Bomans de woorden van Brouwers gebruikte voor zijn boek.

  • Peter Burgers schreef:

    Terwijl ik jouw stukje lees, bedenk ik me dus dat ook het woordje “ook” veel te vaak voorkomt, maar toch. Geeft niet. Ik zie namelijk dat ik niet de enige ben die dit heeft opgemerkt. Toen dat tot me doordrong, overviel mij een enorme berusting, uiteindelijk.

    • Wilfried Dierick schreef:

      Wat je ook doet, schrijf of zeg nóóit: “… bedenk ik me” als je bedoelt “realiseer ik me”..
      Zich bedenken betekent: van plan, gedachte etc veranderen.
      Voorbeeld: Ik wilde pijl en boog thuis laten, maar ik bedacht me.”

      • Dennis Rijnvis schreef:

        Interesant, Wilfried. Er is inderdaad een subtiel betekenisverschil, je hebt gelijk. Zelf ben ik alleen niet van de school die zegt: doe dit nooit. Taal is in mijn ogen altijd in beweging. Ik had me hier niet gestoord aan ‘ik bedenk me’.

  • Rick Overwijk schreef:

    Wat een leuk stukje! Ik ben net met een blog begonnen en dit artikel heeft me zeker meer bewust gemaakt van hoe ik schrijf. Bedankt voor de tips 🙂

  • Martie Vervoort schreef:

    Ik probeer er-loos te schrijven. De zinnen worden beter.

  • Cindy schreef:

    ‘Ik zou eigenlijk niet meer kunnen reproduceren hoe ik bij dit blog terechtkwam, maar ik ben er wel heel blij mee.’ 😉
    Leuke tips, ik zal ze er af en toe bijpakken. Voor sommige voorbeelden heb ik van nature een allergie, andere woorden zijn blinde vlekken.
    Wat het Vikingen-voorbeeld betreft: ik vind een bewering als zouden ze altijd elke avond een bordspel hebben gespeeld storend, juist OMDAT ik kan bedenken dat dat niet elke avond het geval was. Ik zou ‘ ’s avonds’ er uit hebben gelaten. Ze speelden een bordspel. Hoe vaak, hoe laat, waar etc laat je in het midden. Al is dat wel een wat kale zin, die niet erg tot de verbeelding spreekt…
    En zo blijft er altijd wel wat te debatteren. Dank voor je blog!

Reageer