Dit kun je als schrijver leren van broodjes aap en andere volksverhalen

Door juli 30th, 2019 Storytelling
broodjeaapverhaal

Neem niet alles aan dit interview serieus. Er zitten namelijk 7 broodjeaapverhalen en sagen in. Blijf wél opletten, want in dit interview deelt hoogleraar vertelcultuur Theo Meder van het Meertens instituut ook de 5 ingredienten van aanstekelijke verhalen.    

Soms klinkt iets te grappig om waar te zijn. Zo ging een vriend van me vorig jaar met zijn vrouw op vakantie naar Australië. Ze huurden samen een jeep en trokken de outback in. Op een regenachtige middag gebeurde er iets schokkends: ze reden ze een kangoeroe aan. Het dier ademde nog, maar rilde van de kou. Mijn vriend zette de auto stil, sprong uit de jeep en legde zijn jas over de kangoeroe heen. 

Zijn vrouw begon te lachen, omdat het een grappig gezicht was. Ze pakte de camera en maakte een foto van haar man en de kangoeroe die zijn jas aan had. Maar het dier schrok van de flits en bleek toch niet zo ernstig gewond. Razendsnel hopte het dier de struiken in, met het jasje nog steeds om zijn lijf. In de binnenzak zaten het paspoort en de autosleutels van mijn vriend. 

Dit is natuurlijk een broodjeaapverhaal, het circuleert al sinds de jaren tachtig. In de jaren negentig gebruikte een jassenmerk het verzinsel als inspiratie voor een reclame. En uiteindelijk werd er over de moderne sage zelfs een film gemaakt met de titel Kangaroo Jack

Professor in broodjeaapverhalen

Zelf hoorde ik de kangoeroe-sage van Theo Meder. Hij is hoogleraar vertelcultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Een broodjeaapverhaal kun je beschouwen als een soort breinvirus”, zegt Meder. “Het blijft in je kop zitten en het is besmettelijk. Je denkt: dit verhaal moet ik doorvertellen.”

Als onderzoeker aan het Meertens Instituut bracht hij de afgelopen jaren duizenden zogenoemde volksverhalen in kaart (van sagen tot sprookjes, broodjes aap en legendes). Deze verhalen gaan soms al eeuwen rond in Nederland en daarbuiten. Maar je hoort volksverhalen niet alleen in de kroeg of op verjaardagen.  Broodjes aap en moderne sprookjes worden ook gebruikt in reclamefilmpjes van bedrijven, bij de promotie van steden, of in boeken. 

Hoe ontstaan deze volksverhalen? En op welke manier verzin er zelf één? In dit artikel zet Meder de belangrijkste ingrediënten op een rij voor succesvolle sages, sprookjes en broodjeaapverhalen. 

(Lees hier het verschil tussen broodjeaapverhalen, sagen, legendes, mythes en sprookjes)

Bestaat er in uw ogen een formule voor succesvolle verhalen? 

Theo Meder: Ik zou willen dat ik precies wist waarom bepaalde verhalen blijven hangen. Er is geen formule, je kunt hooguit een paar kenmerken op een rij zetten. Het staat vast dat het behoorlijk moeilijk is om een aanstekelijk volksverhaal te verzinnen. Zo bedacht de burgemeester van Horst in de jaren negentig een sage om meer toeristen naar de stad te trekken. Het ging over zogenaamde Peelkabouters, die vroeger in Horst zouden hebben gewoond.

In het verhaal worden de kabouters eerst weggepest door mensen van buiten de stad. Daarna helpen de inwoners van Horst de wezens aan ondergrondse woningen. Als dank leren de kabouters de Horstenaren hoe ze paddenstoelen moeten kweken. 

Dit verhaal is nooit écht aangeslagen, het wordt bijvoorbeeld niet doorverteld in cafés en op verjaardagen. 

Hoe komt dat denkt u? 

Misschien is het te gepolijst en te vriendelijk. In oude volksverhalen over kabouters zit vaak een element van horror of verrassing. Het waren onberekenbare wezens. Het ene moment poetsten ze je schoenen, maar als je ze bespioneerde via het sleutelgat konden ze daar zomaar een naald doorheen duwen en je ogen uitsteken.  

Horror en verrasing, zijn dat belangrijke elementen in verhalen die snel van mond tot mond gaan? 

Theo Meder: Ja, en er zit vaak ook een waarschuwing in voor de lezer of luisteraar. Daardoor krijgt een verhaal urgentie en gaan mensen het doorvertellen. Neem het verhaal over de Momo-challenge, dat nog steeds de ronde doet op scholen. 

Volgens het verhaal kunnen jongeren een speciale app downloaden om in contact te komen met een zekere Momo. Of ze ontvangen uit het niets een bericht van dit wezen. Momo is een monsterachtig wezentje dat hen uitdaagt om verschillende challenges te doen, zoals midden in de nacht opstaan, of heel lang je adem inhouden. De challenges worden steeds gevaarlijker, en uiteindelijk vraagt Momo de jongere om zelfmoord te plegen. De boodschap is: pas op voor deze geheimzinnige app. 

Zo’n waarschuwing werkt: een school in Nijmegen stuurde zelfs een brief naar alle ouders om hen op de hoogte te stellen van de Momo-Challenge.

Broodjeaapverhaal als reclame

Maar het verhaal is niet waar? 

Nee. Het is een broodjeaapverhaal. Er zouden in het buitenland zogenaamd al meerdere jongeren om het leven gekomen door Momo. Maar als je berichten over die zelfmoorden beter onderzoekt, blijkt dat het weliswaar gaat om jongeren die suïcide hebben gepleegd, maar niet door een app of een contact met Momo. 

Er bestaat ook geen Momo-app. Als jongeren al berichten krijgen van Momo zijn dat waarschijnlijk klasgenoten die een grap uithalen. De foto van het monstertje dat rondgaat, is simpelweg een foto van een sculptuur dat is gemaakt door een Japanse kunstenares. Het verhaal is dus onzin. Een jaar eerder ging er eenzelfde soort broodje aap rond, maar toen heette de Momo-challenge de Blue Whale-challenge

Door het waarschuwende effect dat van deze verhalen uit gaat nemen leerkrachten en ouders het steeds opnieuw serieus. Zo serieus dat ze elkaar ervoor waarschuwen. 

Kan een broodjeaapverhaal ook slim worden gebruikt door bedrijven of organisaties om meer bekendheid te krijgen? 

Theo Meder: Dat gebeurt soms ja. Een goed voorbeeld is de eerder genoemde anekdote over de kangoeroe die wegvlucht met een jasje van een toerist. Het verhaal werd gebruikt voor een reclame van Gore-tex, een fabrikant van regenjassen. 

Maar in Nederland komt het ook voor. In een reclamespot met de titel Even Apeldoorn bellen van Centraal Beheer zat bijvoorbeeld ooit het verhaal van een man die naar huis rijdt in een cementwagen. Daar aangekomen, ziet hij een sportwagen met open dak voor zijn deur staan. En als hij door het raam naar binnen gluurt, ziet hij dat er een knappe man in pak op de bank zit, die zijn vrouw een bos bloemen geeft. De man vermoedt overspel, wordt woedend en stort de sportwagen vol met cement. 

Uiteindelijk blijkt dat de goed geklede bezoeker een tv-presentator is, die zojuist heeft aangebeld om te vertellen dat het stel een sportwagen heeft gewonnen. Dit verhaal is niet verzonnen door Centraal beheer of een reclamebureau. Het was een broodjeaapverhaal dat al een tijdje rondging. 

Het oudste broodjeaapverhaal?

Hoe lang bestaan broodjeaapverhalen al? 

De meeste broodjeaapverhalen stammen pas van na de Tweede Wereldoorlog. Maar soms blijken ze veel ouder te zijn. Dan zijn het vaak volksverhalen die zijn aangepast aan de moderne tijd. 

In een verhaal uit de jaren tachtig doet een vader boodschappen in de supermarkt met zijn baby en een hond. Als hij de boodschappen en zijn zoontje in de auto zet, loopt hij terug omdat hij is vergeten om cola te kopen. Hij laat zijn kind en de hond een paar minuten in de auto zitten. Wanneer hij terugkomt, huilt de baby. Op het gezicht van jongetje zit bloed, en de hond heeft ook een bebloede bek. De man neemt aan dat de hond het kind heeft aangevallen. Hij wordt woedend en slaat het dier ter plekke dood. Maar dan blijkt dat het kind is aangevallen door een rat, die uit een zak aardappelen in de kist boodschappen is gekropen. De hond probeerde het kind juist te beschermen. 

Je zou zeggen dat dit een moderne sage is. Maar wat blijkt uit literatuuronderzoek? Dit verhaal werd in de negentiende eeuw ook al verteld in Wales onder de naam Llewellyn and his dog Gelert, alleen ging het toen om een baby die in de bedstee lag. En er zijn zelfs aanwijzingen dat een vroege versie van het verhaal in de tweede eeuw na Christus al rondging in India. 

Maar de meeste oude sagen nemen we toch al lang niet meer serieus? 

Theo Meder: Voor een deel klopt dat. Je hebt inderdaad oude volksverhalen zoals de meermin van Edam, over een zeemeermin die zou zijn gevangen door vissers. En er is de sage van het vrouwtje van Stavoren over een vrouw die een vloek over zich afriep door graan in zee te werpen. Dat soort verhalen hebben vooral nog een toeristische functie.

Ze worden ingezet om de bekendheid van een stad of regio te versterken, maar niemand gelooft ze nog. We zijn in deze tijd niet meer bang voor een vloek, of een zeemeermin. Onze verhalen gaan nu over moderne angsten voor bijvoorbeeld technologie, criminaliteit, of geweld. 

Toch worden sommige oude verhalen nog wél geloofd, namelijk sagen over geesten en spoken. 

Waarom die juist wel? 

Het idee dat er een spiritueel leven na de dood is, hebben we nog niet losgelaten, ondanks alle ontkerkelijking. Sagen over spookhuizen doen het nog steeds erg goed. Mijn werkgever, het Meertens Instituut heeft bijvoorbeeld een hoofdkantoor op de Kloveniersburgwal. Daar hebben in de zeventiende eeuw de gebroeders Trip gewoond, twee wapenhandelaren. De receptionisten die daar werken, zeggen dat ze in de avonduren nog wel eens voetstappen horen, dat zouden dan de dolende geesten van de twee broers zijn. 

Natuurlijk is het gewoon een oud pand dat af en toe piept en kraakt, maar mensen blijven deze verhalen aan elkaar vertellen. Er bestaat zelfs een fenomeen dat legend tripping heet, en waarbij mensen er met zaklantaarns en infraroodlampen op uit trekken om plekken te bezoeken waar het zou spoken. 

Het beste broodjeaapverhaal

Wat is uw favoriete broodjeaapverhaal? 

Dat gaat over een gezin dat in de jaren negentig naar een huisje in Center Parcs ging en zagen dat de vorige bewoners nog niet waren vertrokken. Er zat nog een groepje Hells Angels in de woonkamer. 

‘Sorry’, zeiden de leden van de motorbende. ‘Zet jullie bagage maar gewoon neer en ga een stukje wandelen. Dan maken wij alles schoon, en kunnen jullie zo naar binnen.’ 

Het gezin besloot inderdaad een stukje te gaan lopen. Toen ze terugkeerden, was het huisje spik en span, en hun bagage was zelfs netjes ingeruimd in de kasten. ‘Wat hebben we toch veel vooroordelen over de Hell’s Angels’, zei de vrouw tegen de man. ‘Het zijn eigenlijk gewoon ontzettend aardige mensen.’ 

Toen de leden van het gezin twee weken later de fotorolletjes had laten ontwikkelen, vielen ze bijna van hun stoel van verbazing. Op de foto’s stonden de Hell’s Angels, met hun broek naar beneden, tussen hun billen zaten de tandenborstels van de gezinsleden. 

Wat maakt dit verhaal zo goed dat het steeds wordt doorverteld? 

In de eerste plaats natuurlijk de even onsmakelijke als humoristische twist aan het einde. Maar er wordt ook een vooroordeel bevestigd in het verhaal: Hell’s Angels zijn niet te vertrouwen. Mensen vinden het fijn als een verhaal hun mening versterkt, daarom spelen veel broodjeaapverhalen daarop in. 

Na Middeleeuwen gebeurde in wat extremere mate hetzelfde met verhalen over heksen. Daar zat ook een duidelijke boodschap in, waarmee een heersend idee werd bevestigd. Namelijk: er zijn kwade vrouwen die een pact met de duivel hebben gesloten en die kun je maar beter mijden. 

In veel broodjeaapverhalen zit trouwens ook een levensles. Neem de anekdote van de man die de hond met de bebloede bek doodslaat, of de man die vermoedt dat zijn vrouw vreemdgaat en een auto volstort met cement. De boodschap in deze verhalen is: denk eerst even na voordat je handelt. 

Heeft u zelf wel eens een broodje-aap-verhaal verzonnen? 

Theo Meder: Ik heb ooit wel pogingen gedaan. Ik dacht: ik heb er zo veel gelezen, dat moet mij ook lukken. Maar ik kwam niet verder dan een half verhaal over een gescheiden vrouw die de loterij won, waarna haar ex weer bij haar introk. 

Daar zat een idee achter. In veel broodjeaapverhalen en sprookjes zit een element van de wensdroom. De hoofdpersoon overkomt iets waar veel mensen van dromen, zoals de loterij winnen. In sprookjes zie je dit ook vaak: een domme boerenzoon trouwt bijvoorbeeld met een prinses. 

Maar het lukte mij uiteindelijk niet om een goed broodjeaapverhaal te bedenken. Niets dat ik verzon, had die zogenoemde earworm, dat wat je ook hebt bij populaire liedjes op de radio, dat het in je hoofd blijft zitten. Een broodjeaapverhaal verzinnen is echt een vak apart. 

Samenvatting: dit zijn de 5 ingredienten van besmettelijke verhalen 

Humor – Goede verhalen bevatten vaak een grappig beeld, of een bizarre situatie. Bijvoorbeeld een kangoeroe die wegrent, gekleed in een dure jas, of Hell’s Angels met tandenborstels tussen hun billen. 

Morele bevestiging – Besmettelijke verhalen bevestigen vaak de vooroordelen van mensen; of ze nu gaan over de Hell’s Angels, heksen, kinderen die gevaarlijke spelletjes doen op hun telefoon, of domme toeristen die met kangoeroes op de foto gaan.

Horror – Jaag je lezers of luisteraars angst aan. Bijvoorbeeld met een monster dat mensen opdraagt om zelfmoord te plegen, of met een huis waar de geest van een overledene nog rondwaart.  

Verrassing – Bijna elk besmettelijk verhaal heeft een onverwachte wending. Bijvoorbeeld een hond die een kind lijkt te hebben gebeten, maar het kind in werkelijkheid juist heeft beschermd. 

Wensdroom – Laat je hoofdpersoon iets overkomen waar veel mensen naar verlangen – het winnen van de loterij, of het trouwen met een prinses.

Geen tips over storytelling missen, schrijf je in voor mijn nieuwsbrief, de Schrijfvis.
Wil je een boek schrijven? Meld je dan aan voor de Boekschrijfvis – mijn speciale nieuwsbrief voor schrijvers van boeken en korte verhalen. 

Bekijk al mijn berichten over storytelling

Of lees in ieder geval:

 

Dennis Rijnvis

Over Dennis Rijnvis

Dennis Rijnvis, journalist voor onder meer De Volkskrant, Quest, Nu.nl en Psychologie Magazine. Maar ook schrijver van de thriller Savelsbos, uitgegeven door Cargo/De Bezige Bij. Op dit blog deel ik mijn inzichten en ervaringen op het gebied van schrijven.

Reageer

Verhelder je teksten

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)