Deze journalist schreef een boek over het ontstaan van de aarde, maar dan wel voor kleuters – dit zijn haar schrijftips

Door 19 juni 2018Geen categorie

Toen journalist Floor Bal in de bibliotheek geen geschikt boek over het ontstaan van de aarde kon vinden voor haar 5-jarige zoontje, besloot ze er zelf één te schrijven, met succes.

Ze werkte een halfjaar lang in de avonduren aan een manuscript en vond een uitgever. Inmiddels ligt haar verhaal als prentenboek in de winkel, met als titel Het hele soepzootje. In dit interview vertelt Bal wat ze leerde van het schrijfproces. Over herhalen, grappen en schrappen voor kleuters.

Schrijven voor kleuters – een interview met Floor Bal

Waarom zou je de ontstaansgeschiedenis van de aarde willen uitleggen aan een 5-jarige? Is dat niet wat hoog gegrepen voor een kinderboek?

Mijn zoontje kwam er zelf mee. We zaten op de fiets en hij vroeg het op een manier zoals alleen 5-jarigen dat kunnen: ‘Mama, hoe komt de aarde op aarde en hoe komen de mensen op aarde?’

Toen mompelde ik iets over vissen die pootjes kregen, maar ik realiseerde me al snel dat ik dit niet even kon uitleggen terwijl hij achterop de fiets zat. Ik dacht: we gaan naar de bibliotheek en dan vinden we vast een mooi boek waarin de ontstaansgeschiedenis van de aarde en het leven wordt uitgelegd. Maar al snel ontdekte ik dat boeken over deze onderwerpen alleen te vinden waren voor kinderen vanaf zeven jaar.

Er stonden wel kleuterboeken op de planken over het ontstaan van de aarde, maar dat waren allemaal religieuze verhalen, een soort kleuterbijbels. Ik zocht een boek voor kleuters waarin op een wetenschappelijke manier werd uitgelegd hoe de aarde werd gevormd en hoe de eerste mensen ontstonden. Toen ik op Twitter mopperde dat zo’n boek blijkbaar helemaal niet bestond, vroeg iemand: ‘Waarom schrijf je het dan niet zelf?’. Ik dacht: ja, waarom eigenlijk niet?

Had je ervaring met schrijven voor jonge kinderen?

Niet echt. Ik werk als journalist en normaal gesproken schrijf ik voor volwassenen. Al heb ik eerder een doe-het-zelf-boek over genealogie geschreven. Dat ging over vragen als: ‘hoe onderzoek je je eigen familiegeschiedenis?’ en ‘hoe achterhaal je het uiterlijk van iemand die leefde in een tijd dat foto’s nog niet bestonden?’

Hoe heb je je voorbereid op het schrijven van Het hele soepzooitje?

Eerst heb ik me ingelezen in de materie. Om een complex onderwerp als het ontstaan van de aarde uit te leggen aan kleuters, moet je het zelf goed begrijpen. Ik heb bijvoorbeeld Darwin in een notendop gelezen – een soort Evolutie voor dummies – maar ook andere boeken over de oerknal en de eerste mensen.

Vervolgens heb ik goed nagedacht over de vorm. Ik deelde het ontstaan van de aarde op in de 7 fases, zodat ik het in hapklare brokken kon uitleggen.

Maar het probleem was: ik wilde niet alleen maar wetenschappelijke theorieën uitleggen, ik wilde er echt een verhaal van maken. Eerst was ik van plan een hoofdpersoon te gebruiken, een ruimtewezentje dat de ontstaansgeschiedenis van de aarde zou uitleggen. Een verhaal met een hoofdpersoon is namelijk makkelijker te begrijpen voor kinderen. Maar ja, ruimtewezens bestaan niet echt. En mijn boek wilde ik nu juist heel feitelijk uitleggen hoe de aarde en het leven op de aarde is ontstaan.

Hoe heb je dat uiteindelijk opgelost? Hoe houd je een informatief verhaal interessant voor kleuters?

Toen ik op een dag bij een balletvoorstelling was viel het kwartje. De voorstelling duurde een halfuur en de stroom dansers deed steeds hetzelfde. Ze sprongen met een hupje het podium af en weer op. Het was best saai, maar de herhaling was fijn, het had iets hypnotiserends.

Toen bedacht ik me: kleuters houden ook van herhaling. Herhaling is niet voor niets de belangrijkste techniek in veel kinderverhalen. In het beroemde boekje Over een mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft, gaat de hoofdpersoon – de mol – bijvoorbeeld steeds naar een ander dier om te vragen: heb jij op mijn hoofd gepoept? In Rupsje Nooitgenoeg eet de rups op elke pagina iets op. En in de Teletubbies herhalen ze steeds hetzelfde filmpje: “Nog een keer!”

Uiteindelijk besloot ik die techniek ook in mijn verhaal over het ontstaan van de aarde te gebruiken. Ik creëer vooral herhaling door steeds dezelfde zinsbouw te hanteren. Bij mij begint elk hoofdstukje met de woorden ‘Dit is…’ Daarmee stel ik iets voor: bijvoorbeeld de aarde, de eerste dieren, en de eerste mensen.

Verder komt de zin ‘het is nu tijd voor…’ steeds terug. Daarmee probeer ik de kinderen een beeld te geven van de verschillende fases in het ontstaan van de aarde en de evolutie van dieren en mensen. In het hoofdstuk over vissen die pootjes krijgen, schrijf ik bijvoorbeeld: ‘Het is nu tijd dat ze gaan lopen.” Als de dinosaurussen uitsterven, schrijf ik: ‘hun tijd is voorbij’.

Er staan veel grapjes en woordspelingen in je boek. Begrijpen jonge kinderen die allemaal?

Sommige grapjes zijn voor de volwassenen. Ik weet hoe vervelend het is om een boek tien keer voor te moeten lezen aan je kinderen. Daarom wilde ik mijn boek ook aantrekkelijk maken voor ouders.

De titel Het hele soepzootje is bijvoorbeeld een verwijzing naar de inmiddels achterhaalde theorie over de oersoep die we vroeger op school leerden. Voor ouders roept het herinneringen op, voor kleuters is het gewoon een leuk woord: soepzootje.

Wat vond je het moeilijkste aan schrijven voor kleuters?

Het vele schrappen. Het boek mocht maar 1200 woorden bevatten, zodat je het in acht minuten kunt voorlezen. Dat is ongeveer de maximale aandachtsspanne van een kleuter.

Ik besloot voor mezelf dat een zin maximaal tien woorden mocht tellen, en liever nog korter moest zijn. Maar daar ging ik steeds overheen. ‘Nee, weer te lang’, zei ik dan tegen mezelf. Per hoofdstukje had ik ongeveer 150 woorden om complexe onderwerpen als de vorming van de aarde en evolutie uit te leggen. Dat was een grote uitdaging. Je moet enorm versimpelen.

In het hoofdstuk over evolutie schrijf ik bijvoorbeeld:

Langzaam veranderen alle dieren. Stap voor stap. Tot een paar vissen echte pootjes krijgen. Ze kunnen vanuit het water naar het land kijken. De zee is vol. Het land is leeg. Het is tijd dat ze gaan lopen.

Hoe bepaalde je welke woorden je wel of niet kon gebruiken in je uitleg voor kleuters? 

Ik ging uit van woorden die mijn eigen kinderen kennen. Het allermoeilijkste woord in het boek is reptiel. Ik dacht: dat kan wel, want ze hebben  Freek Vonk-plaatjes gespaard bij de Albert Heijn.

Verder heb ik zo veel mogelijk gekozen voor woorden die kinderen kennen uit het dagelijks leven. Ik heb bijvoorbeeld lang getwijfeld of ik woorden als ‘komeet’ en ‘metoriet’ kon gebruiken.  Uiteindelijk heb ik ze geschrapt.  Ik heb gekozen voor begrijpelijke synoniemen als  ‘steenbrok’ en ‘grote steen’

Was het moeilijk om een uitgever te vinden?

Dat was zeker niet makkelijk. Slechts een heel klein percentage van alle boekvoorstellen worden uitgegeven. Bij mijn uitgever (Gottmer) ongeveer vijf procent.

Het is niet slim om meteen een compleet boek te schrijven en op te sturen naar een uitgever. Ik eerst de eerste twee hoofdstukken geschreven om de toon te vinden en erin te komen, en toen een voorstel naar Gottmer gestuurd. De redacteuren vonden het interessant, maar wilden de hele tekst lezen. Ik schrijf alleen in de avonduren. Het duurde uiteindelijk een halfjaar voordat het boek af was. De uitgever besloot toen dat het goed genoeg was.

En, begrijpen je kinderen het boek?

Mijn zoontje is inmiddels zeven, die valt eigenlijk niet meer in de doelgroep, al vindt hij het wel leuk om mijn boek zelf te lezen. Ik heb Het hele soepzootje wel voorgelezen in de klas van mijn dochter van vijf. Zij vond dat ontzettend leuk, en begrijpt het verhaal goed.

Kinderen reageren verder heel wisselend op het boek. Sommige stellen veel vragen, anderen snappen alles in één keer. Er zijn zelfs kleuters die het te makkelijk vinden. Toen ik een keer in een boekenwinkel voorlas was er een jongetje dat vroeg: ‘waarom komen er geen cro-magnonmensen voor in het boek?’ Tja, je kunt het nooit elke lezer plezieren, ook niet als je voor kleuters schrijft.

Het hele soepzootje van Floor Bal kost 14,99 euro en is te bestellen bij Bol.com. Het boek is prachtig geïllustreerd door Sebastiaan van Doninck.

Geen schrijftips missen, schrijf je in voor mijn nieuwsbrief, de Schrijfvis.

Wil je een boek schrijven? Meld je dan aan voor de Boekschrijfvis – mijn speciale nieuwsbrief voor schrijvers van boeken en korte verhalen. 

 Lees ook:

Dennis Rijnvis

Over Dennis Rijnvis

Dennis Rijnvis, journalist voor onder meer De Volkskrant, Quest, Nu.nl en Psychologie Magazine. Maar ook schrijver van de thriller Savelsbos, uitgegeven door Cargo/De Bezige Bij. Op dit blog deel ik mijn inzichten en ervaringen op het gebied van schrijven.

Reageer

Verhelder je teksten

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)