Advies van van een bestseller schrijvende wetenschapsjournalist: laat informatie wég

Sla De deeltjesdierentuin van Jean-Paul Keulen open en je krijgt het gevoel dat je de kleinste deeltjes uit het heelal opeens kunt aanraken. Dit is de eerste alinea.

‘Als je zo om je heen kijkt, is het moeilijk voor te stellen dat alles wat je ziet – dit boek, je handen, de stoel, de salontafel – is gemaakt van minuscule deeltjes. Als je deze pagina in stukjes scheurt, heb je weliswaar geen leesbare pagina meer, maar de snippers blijven van papier gemaakt, in wat voor kleine subsnippertjes je ze ook scheurt. Toch stopt dit een keer; op een gegeven moment kom je aan bij de afzonderlijke moleculen die samen papier vormen. ‘Verscheur’ je die moleculen, dan krijg je losse atomen (voornamelijk waterstof, zuurstof en koolstof) die niet meer de eigenschappen van papier hebben, en die, anders gerangschikt, net zo goed een klontje suiker zouden kunnen vormen.

Schrijven over wetenschap: 4 tips

Van De deeltjesdierentuin zijn meer dan 10.000 exemplaren verkocht. Het is een bestseller – en dat terwijl het over één van de meest complexe onderwerpen uit de wetenschap gaat: deeltjesfysica. De heldere stijl en de tot de verbeelding sprekende uitleg maken de ingewikkelde materie voor vrijwel iedereen begrijpelijk.

Als je wilt schrijven over wetenschap, zijn er dan ook weinig mensen die je beter van advies kunnen voorzien dan Jean-Paul Keulen. Hoe slaagt hij erin om ingewikkelde wetenschappelijke onderwerpen aantrekkelijk te maken voor een breed publiek? Welke schrijf- en interviewtechnieken gebruikt hij. Vier inzichten over schrijven van één van de beste wetenschapsjournalisten van Nederland.

1 – Schrijven over wetenschap? Durf informatie weg te laten

‘De kunst van schrijven over wetenschap is om dingen weg te laten. Dat is moeilijker dan je denkt. Stel je schrijft een artikel over natuurkunde waarin elektronen voorkomen. Niet iedereen weet wat dat zijn, dus je wilt dat uitleggen zonder je verhaal te onderbreken. Dat kun je doen door een komma te zetten en tussen neus en lippen door te vertellen wat elektronen zijn:

Dit verhaal gaat over elektronen, negatief geladen deeltjes die om een atoomkern zoeven.

Maar als je veel van natuurkunde weet, is de verleiding groot om meer uit te leggen. Als je het goed wilt zeggen, moet je eigenlijk ook vertellen dat elektronen niet in mooie rondjes rondom een atoomkern draaien. Ze beschrijven geen baan zoals een planeet om een ster. Elektronen gedragen zich heel raar, ze zijn eigenlijk op meerdere plekken tegelijk.

In een verhaal voor een breed publiek kun je dat beter niet proberen uit te leggen. Je wilt je lezer niet lastig vallen met een complete basiscursus  Je wilt dat hij of zij in het verhaal blijft. Je legt dus alleen het hoogstnodige uit: je moet dingen weglaten.

2 – Schrijven over wetenschap? Schrap ook informatie als je genoeg ruimte hebt

‘Ook als er volop ruimte is om iets helemaal uit te leggen, zoals in mijn boeken over deeltjes, moet je weten wanneer je moet ophouden. Als je heel diep in een onderwerp duikt, ken je op een gegeven moment alle haken en ogen en wil je die ook meegeven aan je lezers. Maar soms maak je het verhaal daar net te ingewikkeld mee. Zo zijn er in De deeltjesdierentuin wel een paar fragmenten waar ik achteraf van denk: die had ik er beter uit kunnen laten. Ze klóppen wel, en ik vind ze zelf vaak razend interessant, maar het risico dat de geïnteresseerde leek afhaakt, is eigenlijk te groot.’

Neem het hoofdstuk over supersymmetrie. Dat is een theorie die, simpel gezegd, stelt dat er voor elk ‘gewoon’ deeltje een superdeeltje bestaat. In mijn boek leg ik uit dat dit niet helemaal klopt; dat sommige deeltjes niet één, maar twee superpartners hebben. Vervolgens doe ik ook nog een poging om uit te leggen waaróm het er in die gevallen twee zijn. Terugkijkend had ik mijn lezers daar in een hoofdstuk dat toch al niet simpel was misschien niet mee lastig moeten vallen.’

3 – Schrijven over wetenschap: stel domme vragen

‘Ik heb zelf sterrenkunde gestudeerd, dus ik vind het leuk om met andere wetenschappers uit dat vakgebied inhoudelijk te praten over hun werk. Daar zit ook een beetje bewijsdrang bij. Stiekem wil ik in zo’n gesprek laten zien dat ik het allemaal snap, dat ik een gesprek op niveau kan voeren. Maar als ik een artikel schrijf dat ook aantrekkelijk moet zijn voor bijvoorbeeld middelbare scholieren of ouderen die weinig van sterrenkunde weten, moet ik aan hun belevingswereld denken. Wat hebben zij met sterren en planeten?

Dan stel ik een wetenschapper bijvoorbeeld de vraag: kun je nog van een sterrenhemel genieten als je zo diep in de sterrenkunde zit? Of ik vraag bij deeltjesonderzoek ‘wat levert dit onderzoek ons nou concreet op?’ terwijl ik zelf ook wel weet dat het om fundamenteel onderzoek gaat dat niet bedoeld is om een nieuw apparaat of geneesmiddel op te leveren. Of ik laat een wetenschapper iets in eigen woorden uitleggen wat ik zelf allang begrijp.

Uit mezelf zou ik zulke vragen nooit stellen, ik ga liever de diepte in. Maar als je voor een breed publiek wilt schrijven over wetenschap, moet je ook eenvoudige vragen durven stellen die een wetenschapper misschien als ‘dom’ ervaart. (Lees ook: wetenschappers interviewen: doe je liever dom voor dan slim)

4 – Schrijven over wetenschap: vertel het zoals in de kroeg

‘Laatst interviewde ik een Nederlandse onderzoeker die werkt aan een radiotelescoop in de Australische woestijn. Als hij naar zijn werk gaat, moet hij eerst dagenlang in het vliegtuig zitten en uren over dirt roads rijden, voordat hij kan gaan sleutelen. En als het dan een keer geregend heeft en die wegen zijn één grote moddermassa, wordt het helemaal een drama.

Dat vind ik een mooi detail om een verhaal mee te beginnen. Een artikel over wetenschap kan niet alleen drijven op uitleg. Je wilt eerst je verhaal verkopen voordat je begint met een lesje sterrenkunde. Welke details zou je in de kroeg vertellen aan je vrienden? Dat is vaak de informatie waarmee je een artikel het beste kunt beginnen.’

*De stijlvolle portretfoto van Jean Paul Keulen bovenaan dit artikel is gemaakt door fotograaf Anne van Gelder.

*Naast De deeltjesdierentuin schreef Keulen De deeltjessafari (over nog onontdekte deeltjes, ook een bestseller) en Verstoppertje spelen met aliens (net verschenen, over de zoektocht van sterrenkundigen naar intelligent buitenaards leven).


Meer schrijftechnieken leren? Schrijf je in voor mijn cursus Bloggen voor meer klanten.

Ja, ik wil bloggen voor meer klanten!

Geen schrijftips missen? Meld je aan voor mijn nieuwsbrief, de Schrijfvis

Lees ook:

 

Dennis Rijnvis

Over Dennis Rijnvis

Dennis Rijnvis, journalist voor onder meer De Volkskrant, Quest, Nu.nl en Psychologie Magazine. Maar ook schrijver van de thriller Savelsbos, uitgegeven door Cargo/De Bezige Bij. Op dit blog deel ik mijn inzichten en ervaringen op het gebied van schrijven.

Reageer

Verhelder je teksten

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)